Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) gaat eind januari met zzp-organisaties, werknemers, werkgevers en zijn collega-bewindslieden van Financiën en Economische Zaken om tafel om de plannen voor een nieuwe zzp-wet verder uit te werken.

Dat zei Koolmees donderdag in de Tweede Kamer tijdens de begrotingsbehandeling van zijn ministerie.

De wet is op zijn vroegst in 2020 klaar, zoals de bewindsman vorige week al aan de Kamer liet weten. "Dat voelt ver weg, maar het vergt veel tijd. Dit tijdspad is al ambitieus", zei Koolmees.

De oude wet- en regelgeving (de Wet DBA) doet niet wat werd beoogd: vooraf zekerheid bieden aan opdrachtgevers en -nemers.

Schijnzelfstandigheid

Vooral werkgevers vrezen in de oude situatie dat zij achteraf alsnog worden aangeslagen voor premies en belastingen, omdat de Belastingdienst kan concluderen dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Er is dan alsnog sprake van een dienstverband.

Het gevolg is dat steeds minder bedrijven zzp'ers durven in te huren en daarom heeft het vorige kabinet besloten niet te handhaven tot 1 juli 2018.

Koolmees benadrukt dat hij die onzekerheid weg wil nemen, maar hij kan de Kamer niet vaak genoeg voorhouden dat het een ingewikkelde situatie is.

Groepen

Dit kabinet heeft de zelfstandigen in drie groepen ingedeeld. Bij de eerste groep gaat het om zzp'ers met een laag uurloon (tussen de 15 en 18 euro). Dat komt overeen met 125 procent van het minimumloon.

Als opdrachtnemers onder dat tarief zitten in combinatie met een lange overeenkomst (langer dan drie maanden), is er sprake van een arbeidsovereenkomst.

De tweede groep zit aan de bovenkant van de markt (boven de 75 euro per uur) en voert voor een korte periode een opdracht uit (korter dan een jaar). In zo'n geval ziet de Belastingdienst je direct als zzp'er. Opdrachtgevers en -nemers hoeven dan niet te vrezen voor naheffingen.

Voor de groep ertussenin moet een opdrachtgeversverklaring worden ingevuld. Via een online formulier wordt de arbeidsrechtelijke gezagsverhouding gedefinieerd. Dat wordt een complexe klus, benadrukt Koolmees.

Turbo

Voor de bewindsman is het wegnemen van onzekerheid het belangrijkste aandachtspunt als deze wet verder wordt uitgewerkt. Die onzekerheid bestaat in ieder geval nu nog bij GroenLinks en de PvdA.

"We leven nu in een soort niemandsland. Wat doen we in de tussentijd?", wilde PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk weten.

Zihni Özdil (GroenLinks) vroeg of er met het minimumuurtarief rekening mee is gehouden dat werknemers zich kunnen verzekeren. Volgens hem heeft 80 procent van de zzp'ers nu geen arbeidsongeschiktheidsverzekering.

VVD'er Dennis Wiersma wil vooral dat er haast wordt gemaakt. "De turbo erop", zei hij tegen de minister.

Speciale verzekering

Koolmees had niet overal een antwoord op, juist daarom gaat hij binnenkort met zoveel mogelijk betrokken partijen in gesprek, want 2020 staat volgens hem als een duidelijke stip aan de horizon. Dan zou de nieuwe zzp-wet in de Kamer moeten liggen. Tot die tijd zijn de oude regels van toepassing. 

Ook gaat hij in gesprek met het Verbond van Verzekeraars om te kijken of er speciaal voor zelfstandigen een passende verzekering ontwikkeld kan worden. Dat moet vanuit de markt ontstaan, want dit kabinet wil niemand verplichten, maar verleiden.

In de praktijk moeten zelfstandigen met 125 procent van het minimumloon in staat zijn om een verzekering te betalen.

Haast

Er is haast, benadrukken verschillende Kamerleden, want met de huidige situatie is niemand gediend. Schijnzelfstandigheid komt nog te vaak voor, zegt Van Dijk. Hij verwijst bijvoorbeeld naar maaltijdbezorger Deliveroo.

Koolmees zei de zorgen te begrijpen, maar tempert de verwachtingen voor snelle oplossingen. "Ik heb wel de tijd nodig. Ik ga geen verwachtingen wekken die ik niet waar kan maken."