AMSTERDAM - Samenwerking tussen Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) leidt niet altijd tot meer succes. Sterker nog; een stevig netwerk is vaak gerelateerd aan minder groei en omzet.

Dat blijkt uit onderzoek van EIM en de Universiteit van Groningen. Vooral gezamenlijke acquisitie lijkt te leiden tot een minder goede prestatie van eenpitters. Samenwerken om extra expertise en vaardigheden in te brengen heeft daarentegen wel positieve effecten.

Volgens de onderzoekers is dit mogelijk te verklaren vanuit de aanname dat zelfstandigen die er in economisch opzicht slecht voor staan eerder op andere ZZP’ers leunen om opdrachten binnen te halen.

Aanbod

Het belangrijkste motief voor ZZP’ers om de handen ineen te slaan, is het in de wacht slepen van opdrachten. Omdat zelfstandigen per definitie beperkt zijn in het aantal taken dat zij kunnen verrichten, moet samenwerking met collega’s hun aanbod vergroten.

De netwerken van ZZP’ers zijn dan ook hoofdzakelijk professioneel van aard. Sociale netwerken zijn voor de zelfstandige minder belangrijk dan voor andere ondernemers.

Samenwerking

Bijna de helft van de ZZP’ers is in het afgelopen jaar wel eens in zee gegaan met een andere zelfstandige. Meer dan de helft daarvan, 54 procent, geeft hiervoor als reden samen aan een opdracht te hebben gewerkt. Het delen van kennis en innovatie speelt in slechts negen procent van de gevallen het motief.

Het onderzoek laat ook zien dat ZZP’ers, ondanks hun relatief hoge mate van flexibiliteit, vooral lokaal actief zijn. Van alle opdrachten wordt 55 procent uitgevoerd binnen 25 kilometer van de basiswerkplek.

In het westen van het land blijken zelfstandigen zelfs nog honkvaster te zijn. Dit weerspiegelt waarschijnlijk de grotere populatie, bedrijfsdichtheid en kansen in het gebied.