Oost-Nederland moet zich harder inzetten voor de opvang van vluchtelingen, vindt de regionale afdeling van VluchtelingenWerk. Tot dusver hebben gemeenten weinig animo voor de komst van asielzoekers. Want zo kort als het overzicht met extra bedden, zo lang is de lijst met bezwaren.

En die bezwarenlijst van gemeenten zorgt voor een groot opvangtekort en problemen in Ter Apel. Daardoor moeten veel vluchtelingen in tentenkampen worden ondergebracht. En dat is, zeker met het oog op de naderende winter, geen geschikte plek.

"Veel Afghaanse vluchtelingen hebben zich, met gevaar voor eigen leven, ingezet voor onze militairen. Nu zij alles kwijt zijn en helemaal opnieuw moeten beginnen, moeten zij ook op de gemeenten kunnen rekenen", vindt Lenie van Goor, regiomanager asiel. VluchtelingenWerk dringt aan op de verantwoordelijkheid van Oost-Nederlandse gemeenten. Maar hoe hoog de nood ook is, de meesten lijken vooralsnog niet erg happig.

Extra bedden

In Hengelo (Overijssel) worden sinds afgelopen zondag zo'n honderd vluchtelingen opgevangen in het Hazemeijer-complex, waar tot voor kort een vaccinatielocatie van de GGD zat. De mensen kunnen daar in ieder geval vier weken blijven.

De gemeente Deventer laat weten dat er tijdelijk 100 extra bufferplekken worden gerealiseerd in de voormalig Westenbergkazerne van azc Schalkhaar.

Ook Dronten gaf gehoor aan de noodkreten vanuit Ter Apel. Sinds augustus heeft het azc aan de Roggebotsluis 90 extra bedden voor asielzoekers.

Lastige zoektocht

De gemeente Zwolle is druk op zoek naar een geschikte noodopvang voor zo'n 250 vluchtelingen. De IJsselhallen zijn weer in beeld, maar een herhaling van 2014 en 2015 is nog geen uitgemaakte zaak. Zwolle inventariseert bij verschillende partijen of en hoeveel ruimte zij kunnen bieden, maar een locatie is vooralsnog niet in beeld.

Het snel realiseren van zoveel mogelijk opvangplekken voor asielzoekers, blijkt eveneens een grote uitdaging voor Kampen. De komende twee weken wil de gemeente in kaart te brengen waar op langere termijn asielzoekers kunnen verblijven, voor maximaal een jaar. Daarbij wordt ook een beroep gedaan op ondernemingen, zorgorganisaties en woningcorporaties.

Ruimtetekort

Veel gemeenten in Oost-Nederland geven aan wel te willen helpen, maar simpelweg niet voldoende opvangruimte te hebben. Zo wil Nunspeet graag meewerken aan opvang, maar zegt het daarbij ook meteen dat er geen geschikte locaties zijn.

Epe kampt met hetzelfde probleem en wijst daarbij naar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De opvanglocaties voldoen niet aan de eisen van het COA. Bovendien, stelt de gemeente, ligt er nog geen concreet verzoek van het COA voor extra plekken.

De gemeente Zutphen zegt de mogelijkheden voor opvang te onderzoeken, maar ziet vooralsnog geen mogelijkheden.

Potdichte deur

En dan zijn er ook nog plekken die de deur voor vluchtelingen gewoon potdicht houden. Zo vindt de gemeente Apeldoorn dat het meer dan genoeg heeft gedaan, ook in het verleden, om een bijdrage te leveren aan asielzoekersopvang.

Ook in Zeewolde en Noordoostpolder kunnen vluchtelingen voorlopig niet terecht. De gemeente Berkelland staat open voor een gesprek met het COA, maar laat de eventuele komst van asielzoekers afhangen van het draagvlak bij de omwonenden.

Geen asielzoekers, wel statushouders

De meeste gemeenten staan dus nog niet in de rij met noodlocaties voor vluchtelingen. Maar hebben deze mensen een verblijfsvergunning, dan worden ze wél warm onthaald. Verschillende plaatsen in de Achterhoek, waaronder Bronckhorst, weigeren opvang te creëren voor asielzoekers, maar willen wel op zoek naar woningen voor statushouders.

Datzelfde geldt voor de gemeenten Rijssen-Holten en Elburg. Oldebroek zet daarbij in op huisvesting van statushouders uit de eigen gemeente.