De huizenmarkt in Oost-Nederland barst uit zijn voegen. Vrijwel overal wordt zeker driekwart van de woningen bóven de vraagprijs verkocht. Bovendien is die verkoopprijs ook nog eens met zo'n 20 procent gestegen.

Flevoland spant in deze regio de kroon. Daar zijn bijna alle huizen (92 procent) in het derde kwartaal van dit jaar voor meer dan de vraagprijs verkocht. Dat blijkt uit cijfers van de NVM, de belangenorganisatie van makelaars en taxateurs. Ook andere delen van de Stentorregio blijven onverminderd in trek bij huizenkopers met percentages van 80 tot 86 procent.

Uit de NVM-rapportage blijkt dat het in gebieden als Zuid-West Overijssel (86 procent), Achterhoek (83 procent), Noord-Overijssel (81 procent) en de Veluwe (80 procent) normaal is geworden om over te bieden op de vraagprijs van een koophuis.

Dat overbieden wordt veroorzaakt door de toenemende krapte op de woningmarkt, volgens de NVM. In het afgelopen kwartaal werden fors minder huizen verkocht dan een jaar eerder door NVM-makelaars. Zij noteerden van juni tot en met augustus ruim 32 duizend transacties en dat is bijna 30 procent minder dan vorig jaar.

De vraag blijft daarentegen oplopen, waardoor de gemiddelde verkoopprijs van huizen in Nederland met bijna 20 procent is gestegen ten opzichte van de prijs in het derde kwartaal van 2020.

Vorige maand bleek al uit CBS-cijfers dat huizen in Nederland in 5,5 jaar tijd waren gestegen met 60 procent. Flevoland was ook toen een uitschieter: daar steeg de huizenprijs sinds 2015 tot en met kwartaal twee van dit jaar, gemiddeld met 75 procent.