De provincie Overijssel stevent af op een miljoenentekort. Met name de coronacrisis, stikstofcrisis en een daling van de inkomsten uit wegenbelasting hakken er hard in bij de provinciale financiën.

Twee jaar geleden werd nog een investeringsplan van 305 miljoen euro in gang gezet. Daarnaast wordt 135 miljoen euro geïnvesteerd om negatieve gevolgen van de coronacrisis op te vangen.

Maar in 2023 gaat de begroting in het rood en dreigt een tekort van 12,3 miljoen euro. Dat blijkt uit de perspectiefnota voor 2022, waarin het provinciebestuur de financiële balans opmaakt.

Het is niet duidelijk wat de coronacrisis op lange termijn voor de overheidsuitgaven betekent. Daarnaast staan de belastinginkomsten van de provincie onder druk.

De wegenbelasting wordt door de provincie geïnd, maar de inkomsten lijken de komende jaren te dalen door de vrijstelling op elektrische auto's. Daarbij staat het volledige systeem van wegenbelasting ter discussie met de mogelijke invoering van rekeningrijden, waarbij de automobilist per kilometer belasting betaalt.

Andere grote inkomsten kreeg Overijssel de afgelopen jaren via energie- en waterbedrijf Enexis en Vitens, waar de provincie aandeelhouder van is. Maar omdat beide bedrijven fors in de energietransitie en de klimaatopgave investeren, keren zij de komende jaren beduidend minder dividend uit.

Gevolgen van de stikstofcrisis

Dan is er ook nog de onzekerheid van de stikstofcrisis, die begon vlak nadat twee jaar geleden het nieuwe provinciebestuur aantrad. De uitspraak van de Raad van State over het Nederlandse stikstofbeleid heeft grote gevolgen voor boeren, natuur en wegen. Allemaal zaken waar de provincie nauw bij betrokken is.

Wat precies de gevolgen zijn van al deze ontwikkelingen wil het provinciebestuur de komende twee jaar in kaart brengen en maatregelen treffen zodat er in de toekomst nog wel ruimte blijft om te investeren. Maar dat betekent wel dat het nu een stap terug moet doen in de plannen voor komende jaren.

Dat doet het door minder of langzamer te investeren in diverse projecten. Zo komt er 4 miljoen euro minder beschikbaar voor gemeentelijke fietspaden, zet de provincie minder erfcoaches in om boeren te helpen met hun toekomst en neemt het een stap terug bij het aanpakken van plekken waar wild mogelijk wordt doorgereden, door bijvoorbeeld wildtunnels aan te leggen.

Bij de aanleg van wegen zoekt de provincie een boekhoudkundige oplossen, door de kosten niet in een keer opzij te zetten maar elk jaar een deel te betalen via een afschrijvingssysteem. Op die manier moet ook een volgend provinciebestuur geld hebben om te investeren, maar de 305 miljoen euro zoals het huidige college kon, zit er de komende jaren niet in.