De houdbaarheid van aanvullende zorgverzekeringen staat niet onder druk, zoals De Nederlandsche Bank (DNB) vorige maand stelde, schrijft minister voor Medische Zorg en Sport Bruno Bruins dinsdag in een Kamerbrief.

Volgens DNB nemen Nederlanders alleen nog een aanvullende zorgpolis als ze verwachten dat ze ook daadwerkelijk van de extra zorg gebruik gaan maken. Daardoor kunnen bepaalde aanvullende verzekeringen te duur worden voor verzekeraars, die vervolgens hun dekking verkleinen.

In 2012 koos nog 88 procent van de mensen voor een aanvullende zorgverzekering, in 2017 was dit nog 84,1 procent.

Bruins heeft cijfers over de sector opgevraagd bij Zorgweb en Vektis. "Er is, zeker voor de kortere termijn, geen aanleiding om vraagtekens te zetten bij de houdbaarheid van aanvullende zorgverzekeringen of de verzekerbaarheid van aanvullende zorg", schrijft hij.

Wachttijd en medische selectie nog altijd beperkt ingezet

Volgens Bruins blijkt uit de analyse dat het verzekeren van uitgebreide aanvullende zorg weliswaar duurder wordt, maar dat het aanbod nog altijd gevarieerd is. Ook zetten verzekeraars instrumenten als wachttijd en medische selectie niet vaker in bij de aanvullende polis.

Het aantal zogenoemde smalle polissen is wel sterk toegenomen in de afgelopen elf jaar. Dat zijn verzekeringen die slechts dekking bieden op een beperkt aantal gebieden, of zelfs maar één. Het aanbod van brede polissen, die een uitgebreide dekking bieden, is ongeveer gelijk gebleven in die periode.

Ook bieden steeds minder polissen een uitgebreide tot onbeperkte vergoeding voor fysiotherapie, tandheelkunde en orthodontie en zijn er juist steeds meer polissen met een beperkte vergoeding voor deze zorg.

Premie stijgt, dekking gaat omlaag

De gemiddelde vergoede zorgkosten per verzekerde zijn de afgelopen jaren met ongeveer 68 euro opgelopen. De stijging komt vooral voor rekening van tandheelkundige en paramedische zorg, zoals logopedie en fysiotherapie.

Ook de premie voor de aanvullende verzekering is in de afgelopen elf jaar omhooggegaan. Tegelijkertijd is de dekking licht gedaald, waarmee de prijs-kwaliteitverhouding iets is afgenomen, schrijft Bruins.

Die hogere premies hebben trouwens geen hogere winstmarges voor de verzekeraars opgeleverd, een ontwikkeling die toe te schrijven is aan een "combinatie van gestegen prijzen van de zorg en een toename van het volume van de gedeclareerde zorg".