Zorgaanbieders sluiten de laatste jaren vaker geen contracten af met verzekeraars. De trend is vooral zichtbaar in de geestelijke gezondheidszorg en de wijkverpleging.

Dat blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd bij grote zorgverzekeraars. De maatschappijen stellen dat ze de grip op de kwaliteit en de kosten van de zorg dreigen te verliezen door het niet-gecontracteerde aanbod.

Zorgverzekeraars moeten in de praktijk 75 procent van de kosten van behandelingen betalen, ook als die wordt uitgevoerd door partijen waar ze geen contract mee hebben. De resterende 25 procent kan bij de patiënt worden geïnd, maar wordt vaak kwijtgescholden.

Zorgverzekeraars kunnen lagere percentages vergoeden. Maar als dit de verzekerde belemmert om naar een niet-gecontracteerde zorgaanbieder te gaan, kan de verzekerde een beroep op een speciale clausule doen. De vergoeding kan dan naar maximaal 75 procent worden verhoogd.

Zilveren Kruis en CZ constateren allebei dat in specifieke deelgebieden de niet-gecontracteerde kosten snel oplopen. Zo ging bij die laatste maatschappij in 2016 de helft van het budget voor verslavingszorg naar aanbieders waar geen contract mee was afgesloten, dat was het jaar ervoor nog maar 16 procent.

Duurder

Niet-gecontracteerde aanbieders zijn vaak een stuk duurder dan de zorgverleners waar prijsafspraken mee bestaan. Bestuursvoorzitter Wim van der Meeren van CZ waarschuwt dan ook dat de kosten uit de hand dreigen te lopen.

''Wij proberen het voor onze verzekerden allemaal een beetje betaalbaar te houden. En dus komen er contracten en gaan wij over de prijs onderhandelen, want zoals u weet geven wij inmiddels bijna 6.000 euro per persoon per jaar aan zorg uit en dat is wel verschrikkelijk veel.''

Van der Meeren vreest dat patiënten door het grote oncontroleerbare aanbod niet bij de behandeling uitkomen die het best voor ze is en ook nog enigszins betaalbaar. ''Dat is niet de bedoeling, de essentie van het stelsel is dat wij daar als zorgverzekeraars op zouden moeten letten.''