VGZ mag geen voorkeursbeleid voor dieetpreparaten voeren, omdat verzekerden dan niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben. De verzekeraar moet alle soorten volledig blijven vergoeden.

Dat heeft de Hoge Raad vrijdag beslist. Daarmee laat de Hoge Raad een eerdere beslissing van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand.

Het gaat om de vergoeding van dieetpreparaten zoals drinkvoeding voor mensen met een stofwisselingsstoornis of bijvoorbeeld een voedselallergie. Deze middelen zijn opgenomen in het basispakket. 

Coöperatie VGZ heeft in 2013 besloten om alleen een aantal dieetpreparaten van één fabrikant volledig te vergoeden voor verzekerden met een zogenoemde naturapolis. Producten van andere fabrikanten werden alleen in beperkte mate vergoed. Bovendien moest er een medische noodzaak zijn om in aanmerking te komen voor vergoeding van andere soorten.

Individueel

Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde eerder dat dit in strijd is met de Zorgverzekeringswet, omdat de keuze voor een dieetpreparaat individueel en subjectief wordt bepaald. De bereidheid om het middel te gebruiken en zich aan het dieet te houden, wordt "in hoge mate bepaald door de exacte samenstelling ervan, de voorkeuren van de patiënt en de mate waarin de patiënt het preparaat verdraagt".

Daarom zouden patiënten de mogelijkheid moeten hebben om ook andere producten te gebruiken dan de middelen die VGZ heeft geselecteerd. Het beleid van de verzekeraar zou die mogelijkheid te veel beperken. "Daarom is dat beleid in strijd met de wet, die verzekerden recht geeft op adequate zorg", stelde het hof eerder.

Kosten

De Hoge Raad verwerpt nu de bezwaren van VGZ tegen dit oordeel. "Zorgverzekeraars dienen weliswaar bij hun beleid rekening te houden met de kosten van de zorg, maar dat mag er niet toe leiden dat niet de zorg wordt verstrekt waarop de wet aanspraak geeft", meent de Hoge Raad.

Kosten mogen alleen de doorslag geven als een product voldoende gelijkwaardig is en dat is volgens het hof in dit geval niet zo.

Teleurgesteld

VGZ laat in een reactie weten teleurgesteld te zijn over de uitspraak van de Hoge Raad. De coöperatie legt zich er wel bij neer. Een woordvoeder van VGZ benadrukt dat patiënten die vanwege een medische noodzaak een ander middel nodig hadden, toch een volledige vergoeding kregen.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft overigens geen gevolgen voor klanten van de verzekeraar, omdat het beleid al naar aanleiding van eerdere uitspraken is aangepast.

Patiënten die dieetpreparaten nodig hebben, krijgen sinds de aanpassing het merk van eigen keuze volledig vergoed. Er is nog wel een voordeel voor mensen die toch een voorkeursproduct gebruiken, omdat de kosten voor deze preparaten bij VGZ zijn vrijgesteld van het eigen risico. De andere producten worden wel met het eigen risico verrekend.

Ruim vier miljoen mensen hebben een verzekering bij een van de merken van VGZ, zoals Univé, IZZ en Bewuzt.