Zorgaanbieders in de eerstelijnszorg hebben alle ruimte om met elkaar samen te werken bij het verbeteren van de zorg.

Dat stelt toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) maandag.

Het gaat dan om samenwerking tussen onder meer huisartsen, fysiotherapeuten en psychotherapeuten. 

"Ik zie dat zorgaanbieders in de eerstelijn terughoudend zijn om samen te werken, ook als dat in het belang is van patiënten en verzekerden", zegt bestuursvoorzitter Chris Fonteijn van ACM. 

Volgens Fonteijn hebben de zorgaanbieders het idee dat de Mededingingswet veel vormen van samenwerking verbiedt en dat zij daarmee een boete riskeren.

Theoretische discussies

Toch zijn er manieren waarop het wel kan. ACM moedigt de zorgaanbieders dan ook aan om samen aan betere zorg te werken. "Wij willen hiermee voorkomen dat we met de sector in theoretische discussies blijven hangen", aldus Fonteijn.

Daarbij kan gedacht worden aan de introductie van nieuwe behandelmethoden en innovatieve technologieën. Ook is het toegestaan dat de aanbieders overleggen over ontwikkelingen in de zorg in een bepaalde regio of stad.

"In veel gevallen zullen de voordelen voor patiënten en verzekerden opwegen tegen de nadelen en kan het initiatief probleemloos worden voortgezet."

Aanpassing

Als de samenwerking toch schade oplevert, kan ACM vragen om een aanpassing van het initiatief. Als de partijen het snel en voortvarend aanpassen, zal de toezichthouder geen verdere actie ondernemen.

Zo is het collectief onderhandelen over prijzen of het onderling verdelen van patiënten niet toegestaan. "Dit soort afspraken drijven de zorgkosten omhoog en beperkt de keuzemogelijkheden voor patiënten."