AMSTERDAM - Het gerechtshof in Amsterdam houdt zich donderdag voor het eerst in het openbaar bezig met het hoger beroep in de Amsterdamse zedenzaak.

In een zogeheten regiezitting wordt bekeken hoe de later geplande inhoudelijke behandeling van de zaak tegen hoofdverdachte Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O. eruit komt te zien.

Tijdens de regiezitting kunnen het Openbaar Ministerie en de verdediging van de twee verdachten bijvoorbeeld vragen om extra getuigen te horen of nader onderzoek te doen.

Ook kan worden afgesproken dat niet alle delen van het proces in eerste aanleg helemaal moeten worden overgedaan. De inhoudelijke behandeling wordt in het voorjaar verwacht.

Robert M. werd in mei veroordeeld tot achttien jaar celstraf en tbs met dwangverpleging voor het seksueel misbruik van 67 kinderen. Het misbruik vond plaats op de crèches waar hij werkte, bij hem thuis of op oppasadressen.

De 29-jarige M. tekende na de uitspraak hoger beroep aan. Het Openbaar Ministerie, dat twintig jaar had geëist, volgde, opdat het in de beroepszaak een hogere straf kan eisen dan het vonnis.

Beeldmateriaal

Een van de redenen dat M. in beroep ging is het oordeel van de rechters dat de computers in M.'s woning en het beeldmateriaal daarop rechtmatig in beslag waren genomen. De advocaten hadden dat bestreden. Het beeldmateriaal was cruciaal, omdat alleen de bekentenis van M. niet genoeg is om tot een veroordeling te komen.

Een verdere grond om niet te berusten in het oordeel was volgens de raadslieden de combinatie van tbs en een lange celstraf. Die was dubbelop, 'verfoeid en onwenselijk'. Ook zou de ingangsdatum van de tbs-behandeling moeten worden vervroegd.

Ten slotte hadden de advocaten grote moeite met het spreekrecht voor de ouders van de slachtoffers. De rechters waren met die beslissing vooruitgelopen op een wetswijziging. Aangezien die nieuwe wet inmiddels van kracht is geworden, kunnen de ouders in het hoger beroep zonder problemen hun kant van het verhaal vertellen.

Richard van O.

Ook M.'s echtgenoot en medeverdachte Richard van O. ging in beroep tegen zijn veroordeling. Hij werd veroordeeld tot zes jaar cel en verplichte behandeling. Ook in zijn zaak volgde het OM en tekende hoger beroep aan. Justitie had twaalf jaar geëist.

De Amsterdamse zedenzaak kwam in december 2010 aan het rollen toen het televisieprogramma Opsporing Verzocht een foto van een van de slachtoffers van de in Letland geboren M. toonde. M. werd diezelfde avond nog opgepakt en bekende later het misbruik van 87 jonge kinderen.

Uit het onderzoek kwamen ruim elfhonderd internetcontacten naar voren, waar 508 zaken uit voortkwamen, zo maakte de politie in mei bekend. Daarvan leidden 440 zaken naar het buitenland, waaruit tot dan toe 33 arrestaties waren voortgekomen.