AMSTERDAM - Zedenverdachte Flóvin O. schaamt zich. Dat zei de mogelijke medeplichtige van Robert M. dinsdag tegen de rechtbank in Amsterdam tijdens de behandeling van zijn zaak.

''Het doet me pijn en ik schaam me ervoor dat ik bij zoiets betrokken ben geraakt.''

De 38-jarige O. wordt ervan verdacht een baby te hebben misbruikt samen met Robert M., de hoofddader in de Amsterdamse zedenzaak. Daarnaast staat hij terecht voor het bezit en verspreiden van kinderporno.

'Hulp nodig'

De verdachte vertelde verder dat hij na zijn vrijlating voorlichting wil gaan geven. Zo hoopt hij dat er meer begrip en hulp komen voor mensen met pedoseksuele gevoelens. Zelf kreeg hij die naar eigen zeggen niet en mede daardoor zou het zover zijn gekomen.

''Ik had hulp en steun nodig'', vertelde O. Die zou hij ''overal'' hebben gezocht, maar op slechts één plek hebben gevonden: in chatgesprekken met andere pedofielen op internet. ''Daarom ben ik hier vandaag.''

O. chatte met Robert M., maar ontmoette hem ook enkele keren persoonlijk. Hij heeft verklaard dat hij het contact drastisch beperkte toen hij erachter kwam waar zijn contact allemaal mee bezig was. O. was naar eigen zeggen op een bepaalde manier ook bang voor M., omdat die ondanks de omvang van zijn misdaden helemaal niet nerveus of bang leek.

In de rechtszaak die nu loopt, is er naast O. nog een tweede verdachte: zijn huisgenoot Matthijs van der M. (33). Die wordt verdacht van het bezit en verspreiden van kinderporno. De twee deelden tot hun aanhouding begin vorig jaar een huis in Amstelveen. Het proces tegen de twee begon 2 weken geleden. Donderdag komt het Openbaar Ministerie met zijn strafeis.

Robert M. werd vorige maand veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs voor het misbruiken van 67 kinderen.