AMSTERDAM - De brandstofprijzen zijn in 2008 nogal wisselend geweest, dat komt door de schommeling in de olieprijs. Die bereikte 2 januari 2008 voor het eerst de stand van 100 dollar per vat, door een combinatie van een stijgende vraag uit opkomende markten en de zwakke dollar.

De benzineprijzen liggen in januari op 1,47 euro per liter. Een liter diesel kost 1,16 euro. De olieprijs en de brandstofprijzen blijven stijgen in 2008.

De G8 staat in juni dan ook in het teken van de olieprijs en de werking daarvan op de inflatie. Die maand bereikt de inflatie in de eurozone een recordniveau van vier procent en daalt het Amerikaanse consumenten vertrouwen tot het laagste niveau in 28 jaar.

Protest
De stijgende brandstofprijzen leiden tot wereldwijd protest. In Nederland voert de regering ook nog eens per 1 juli een accijnsverhoging met 3 cent op diesel door.

Uiteindelijk sluit het kabinet een akkoord met de transportsector waarin afgesproken wordt geen verdere verhogingen door te voeren van de accijnzen op diesel. Ook wordt er afgezien van de eerder geplande verhoging van de motorrijtuigenbelasting voor vracht- en bestelauto's.

Recordhoogte
De olieprijs stijgt intussen door en bereikt 11 juli een recordhoogte van 147,27 dollar voor een vat ruwe Amerikaanse olie. Voor een liter benzine betaalt de consument 1,65 euro, voor diesel 1,48 euro.

Na juli is de stijging van de olieprijs eindelijk tot stilstand gekomen. De olieprijs zakt iets naar beneden totdat begin oktober de kredietcrisis op zijn hevigst is. Dan zakt de olieprijs enorm naar beneden.

De OPEC ziet de daling met lede ogen aan en verlaagt de productie keer op keer. In december staat de olieprijs op 41 dollar per vat, ruim 100 dollar minder dan 5 maanden eerder. In december kost een liter benzine ongeveer 1,15 euro en staat een liter diesel op 0,97 euro.