Chinese oliebaronnen aan zet

Zowel de Verenigde Staten als de landen van de OPEC hebben het afgelopen half jaar veel van hun opbrengsten uit de verkoop van olie zien verdampen, nadat de olieprijs in relatief korte tijd halveerde. Zou China de lachende derde kunnen zijn?

Door Martine Hafkamp 

Het is een conclusie die je zou kunnen trekken als je ziet hoe de publieke en private sector in China hebben gereageerd op de terugval in de olieprijs.

De afgelopen vier, vijf maanden zijn de Chinezen druk bezig geweest met voorraadopbouw. Tevens wordt de capaciteit voor het opslaan van de olie in eigen land dit jaar opnieuw fors uitgebreid. China Petroleum verdubbelde vorig jaar al de opslagcapaciteit naar acht miljoen ton en nog meer Chinese bedrijven hebben uitbreiding op de agenda staan.

Chinese oliehandelaren menen dat de vooruitzichten wat betreft de ontwikkeling van de olieprijs gunstig zijn en zien daarom reden om vooral aan de koopzijde te opereren. China heeft veel olie nodig en produceert zelf bij lange na niet genoeg.

Midden-Oosten 

Analisten denken dat een aantal landen in het Midden-Oosten, waaronder Iran, Chinese oliebedrijven proberen te paaien met (fikse) kortingen op de prijs van ruwe olie om zo de bestaande handelsrelaties te versterken. Iran produceert ongeveer één miljoen vaten per dag, waarvan China er 400.000 per dag zou afnemen. Chinezen maken van de gelegenheid gebruik om van de lage olieprijzen te profiteren.

Onlangs werd bekend dat China de Verenigde Staten voorbij is gestevend als het gaat om de import van olie. China was in april de grootste olie-importeur van de wereld met 7,4 miljoen vaten per dag. De Verenigde Staten importeerden in april 7,2 miljoen vaten per dag. Dat laatste is op zich niet verrassend aangezien de Verenigde Staten vooral schalieolie van eigen bodem gebruiken, maar in het geval van China is het meer opmerkelijk.

De groei van de Chinese economie valt al geruime tijd tegen, zozeer zelfs dat de overheid zich al een paar keer genoodzaakt heeft gezien de groeidoelstellingen naar beneden bij te stellen. Daardoor heeft de People’s Bank of China de rente al een aantal keer verlaagd in de hoop zo de groei van de economie aan te kunnen wakkeren. Het lijkt er echter nog niet op dat de vroegere groeicijfers geëvenaard kunnen worden. Waarom is er dan toch meer vraag naar olie?

Strategische oliereserves

Een verklaring die hiervoor wordt aangevoerd zijn de strategische oliereserves van het land aangevoerd. Deze reserves zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat het land in onrustige tijden minstens negentig dagen zonder import van olie kan. Door de toegenomen afhankelijkheid van de invoer van olie moest de Chinese overheid wel een stap in die richting zetten. In die zin hoeft de hoogte van de invoer dan ook niets te maken te hebben met de hoogte van de economische groei, want in principe wordt deze olievoorraad bewaard voor later.

Hoeveel olie China precies opslaat is lastig te meten. Het kwantificeren van deze strategische reserves wordt ook nog eens bemoeilijkt door het feit dat de meeste reserves (ja, zelfs de commerciële) worden aangehouden door de overheid of semipublieke bedrijven. Bovendien wordt veelvuldig door regeringsambtenaren aangegeven dat het niet in belang van de staat is om de totale hoeveelheid aan reserves prijs te geven. China zou dan wellicht hogere prijzen moeten betalen.

November vorig jaar lichtte de Chinese overheid een tipje van de sluier op toen zij aangaf dat de eerste fase van het reserveplan voltooid was. Deze bevatte een opslagcapaciteit van ongeveer 91 miljoen vaten olie, verdeeld over vier locaties, goed voor dertig dagen gebruik. India zou ondertussen dezelfde plannen ten uitvoer brengen. Zou China uiteindelijk de lachende derde zijn? De kans is groot…

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook opTwitter.com/Martinehafkamp

Tip de redactie