De Europese Centrale Bank is aan zijn tweede maand begonnen van zijn ambitieuze opkoopprogramma van obligaties van nationale overheden en instellingen.

Door Martine Hafkamp 

De gevolgen in de markt zijn duidelijk merkbaar. Zo is de tienjaarsrente in Nederland gezakt naar 0,22 procent, een niet eerder vertoond laag niveau.

De rente op de tienjaarsstaatslening in Duitsland, ‘de Bund’, kon zelfs zakken naar 0,07 procent. In Duitsland kan de overheid lenen tegen een negatieve rente zolang de looptijd korter is dan negen jaar.

Mocht de doelstelling van de ECB zijn dat Europese overheden hun zeer omvangrijke schuldenlast eenvoudig kunnen financieren, dan is deze ruimschoots gerealiseerd. Ook in de voormalige probleemlanden in Zuid-Europa (Spanje, Italië, Portugal) is de rente op staatspapier zo ver gedaald dat vrijwel niemand zich meer zorgen maakt om de financiering van hun omvangrijke schulden.

Op het hoogtepunt van de eurocrisis waren de tienjaarsrentes van Spanje en Italië het gesprek van de dag met niveaus van boven de cruciale 7 procent. Nu staan zij daar onder de 1,5 procent en lijkt er geen vuiltje aan de lucht.

Negatieve hypotheekrente

Nu moeten bijvoorbeeld Zwitserland, Denemarken en Zweden al moeten betalen om hun geld hij de bank te stallen en er hier en daar zelfs sprake is van een negatieve hypotheekrente (Denemarken), hoe gek wil men het dan nog meer hebben? Of zoals de Barron’s het recent in het hoofdcommentaar stelde: ‘Als rentes nul worden, dan is de economie in feite een open bar, een echt feest’. Geldnemers ontvangen rente van hun verschaffers.

Het zijn de spaarders en gepensioneerden die de prijs betalen. Want hoe goed pensioenfondsen ook beleggen, tegen deze lage rente kunnen ze niet op. De verplichtingen stijgen harder dan de bezittingen. De fondsen kampen straks weer met een onderdekking terwijl in Nederland de pensioenfondsen rijker zijn dan ooit.

Aan de andere kant zou je ook kunnen stellen dat het een samen gaat met het ander. Zowel de bezittingen als de verplichtingen stijgen als gevolg van de lage rente. Ook levensverzekeraars zullen volgens het IMF last gaan ondervinden. Er zouden zelfs faillissementen kunnen volgen.

Verliezers 

De historisch lage rente levert enerzijds verliezers op, maar uiteraard zijn er ook winnaars. Dat zijn de beleggers in aandelen. Want de beurzen vieren feest sinds de ECB liet doorschemeren een grootschalig opkoopprogramma te zullen starten. De lage rente is in een aantal opzichten gunstig voor aandeelhouders.

Bedrijven kunnen zich goedkoper financieren, winsten kunnen tegen een lagere rente worden verdisconteerd en worden dus hoger, het uitgekeerde dividend wordt in verhouding tot de lage rente steeds interessanter voor beleggers en spaarders worden als het ware richting de aandelenmarkt gedreven als een kudde koeien door de cowboys van de ECB.

Je kunt beleggers ook geen ongelijk geven. Een kwalitatief goede Europese onderneming uit de Eurostoxx50 keert gemiddeld 3,2 procent dividend uit en dat is aanmerkelijk interessanter dan één procent meer of minder op een spaarrekening. Ieder mogelijk extra, hoger rendement is uiteraard tegen een hogere prijs, meer risico.

Langetermijnvisie 

(Nieuwe) beleggers doen er dan ook goed aan niet blind de markt in te gaan. Bedenk dat beurzen ook kunnen dalen en houdt er een langetermijnvisie op na. En vooral, beleg slechts dat gedeelte van uw vermogen waar u voorlopig niet over hoeft te beschikken.

Het bijzondere van deze bullmarket is overigens dat bij veel beleggers dit besef ook daadwerkelijk lijkt te bestaan. Er is nog steeds geen sprake van overdreven euforie. De complete idioterie van eind jaren ’90 is nog niet terug op de markten. Beleggers beleggen nog steeds met de handrem erop. Alleen al het enorme aantal deskundigen dat voortdurend waarschuwt voor een daling houdt de gemoederen scherp en dat is ook niet zo vreemd.

De huidige generatie beleggers heeft de afgelopen vijftien jaar twee loodzware crashes meegemaakt en dat blijft je nog wel een tijdje bij. Velen hebben zo iets van: ‘leuk dat het stijgt, maar het zal binnenkort ook wel weer gaan dalen’. Ook in cijfers is een mooie vergelijking te maken met het toppunt van euforie in 2000.

Toen stond de Nasdaq op 5.000 punten, nu ook, toen bedroeg de koerswinstverhouding van de Nasdaq ongeveer 100, nu rond de 20. Van een bubbel lijkt dan ook (nog) geen sprake, wel van dure aandelen. Is een koerswinstverhouding van 20 echt duur, als je deze afzet tegen deze lage rente? De huidige bullmarket wordt met recht de ‘renterally’ genoemd.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp