In mei vorig jaar tikte de euro 1,40 aan tegen de dollar. Toen vond Mario Draghi, president van de ECB, het welletjes. De euro was nu echt te duur.

Door Martine Hafkamp

Langzaam maar zeker begon de ECB beleggers voor te bereiden op een mogelijke opkoopactie van de centrale bank. De markt pakte het signaal op en de euro begon te dalen. Aanvankelijk geleidelijk, maar later in het jaar versnelde de daling.

Eind 2014 stond de euro nog op een koers van 1,21 tegen de dollar. In 2015 zette de daling pas goed in en half maart was de koers zelfs gezakt naar 1,05. Een koersdaling van de euro van ongeveer 24 procent ten opzichte van de dollar.

Het is een zelden vertoonde beweging in een toonaangevende valuta in een tijdbestek van minder dan een jaar. Inmiddels is de dollar weer gezakt ten opzichte van de euro. Er zijn misschien wel te veel mensen die momenteel inspelen op een verder stijgende dollar.

Gunstige ontwikkeling

Vanuit Europa gezien is het zwakker worden van de euro een gunstige ontwikkeling. De internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven verbetert.

Het is eveneens gunstig voor de Amerikaanse bezittingen van Europese beleggers. Deze investeerders ontvangen een extra rugwind bij hun Amerikaanse beleggingen van maar liefst 24 procent. Ook de zeer op de dollar georiënteerde AEX profiteert hiervan, denk aan fondsen als Aegon, Ahold, DSM en Unilever. De fors gedaalde euro verklaart ten dele de koersrally op de Europese beurzen dit jaar.

De ECB heeft eigenlijk pas laat het strijdtoneel betreden. De centrale banken van de Verenigde Staten en Japan waren de ECB allang voorgegaan.

Direct na het uitbreken van de kredietcrisis begon de Fed met het grootschalig opkopen van staatsobligaties. De achterliggende gedachte was het stimuleren van de Amerikaanse economie en dat vooral via een zwakkere dollar. Hoewel dit nooit hardop wordt uitgesproken, is dat natuurlijk wel degelijk een achterliggende doelstelling geweest.

Rekening

De Amerikaanse economie kon zich zodoende herstellen, maar de rekening hiervan ging wel naar de rest van de wereld. "De dollar is onze munt, maar jullie probleem", sprak ooit een Amerikaanse minister van Financiën.

Terwijl de Amerikaanse economie herstelde bleef die van Europa nogal achter. In feite is een valutaoorlog een zero sum game. De winst van de een gaat ten koste van het verlies van de ander. De wereldeconomie als geheel wordt er niet beter van.

Centrale banken vallen momenteel over elkaar heen om de koers van hun valuta te drukken. Zo leidde de daling van de euro tot spanningen over de hele wereld.

De Zwitserse centrale bank moest de koppeling van de frank met de euro loslaten met een forse koersstijging van de eigen munt tot gevolg. De frank steeg met zo’n 15 procent. Dat is ongunstig voor het toerisme in het "onbetaalbare paradijs".

Rente

In Zwitserland, Denemarken, Canada, Zweden en Singapore moest er aan de rente gesleuteld worden om hun valuta ten opzichte van de euro of dollar op gewenst peil te houden. In de eerste twee landen kent men tegenwoordig al een negatieve rente op spaarrekeningen.

De druk op landen om mee te doen is groot, ondanks dat er een gerede kans is dat uiteindelijk iedereen verliest. Centrale banken hebben er steeds minder moeite mee om een actief wisselkoersbeleid te voeren. Ze komen er tegenwoordig soms zelfs openlijk voor uit.

Zo gaf de centrale bank van Australië aan graag een goedkopere Australische dollar te zien om de industrie en het toerisme te steunen. De bank verlaagde de rente en de Aussie daalde fors. De Bank of Japan spant in dit opzicht de kroon met zijn zwakke valutabeleid.

Als gevolg van de dure dollar stapelen vooral in de opkomende markten de problemen zich op, in het bijzonder in Zuid-Afrika, Turkije, Brazilië, Rusland en ook China. Veel bedrijven in deze landen hebben zich gefinancierd in dollars en door de sterker geworden dollar zijn deze leningen behoorlijk duurder geworden, terwijl ze hun inkomsten meestal in lokale valuta genereren.

China

Er staat wereldwijd voor 9.000 miljard uit aan dollarleningen (officiële cijfers van de BIS in  Bazel). Zelfs China, dat een "zachte koppeling" met de dollar heeft, lijdt behoorlijk onder de dure dollar.

Ongeveer 25 procent van de uitstaande Chinese bedrijfsleningen is in dollars, terwijl maar zo’n 8,5 procent van de inkomsten in dollars wordt gerealiseerd. Het zou mij dan ook niet verbazen als binnenkort ergens in de wereld financiële onrust ontstaat.

Een aanhoudend sterker wordende dollar heeft dus twee kanten. Enerzijds zijn er winnaars, maar anderzijds ook verliezers. Een dergelijke forse valutabeweging kan op termijn niet zonder schokken in het financiële systeem blijven.

Om die op te vangen zullen andere centrale banken ook weer tot (tegen-)acties overgaan met een race naar de bodem tot gevolg. Want nu is Europa winnaar, maar wat als bijvoorbeeld de Verenigde Staten op zeker moment weer tot een tegenactie overgaan? Tot op heden lijken de Verenigde Staten niet erg bezorgd, maar wat als de economische cijfers tegen blijven vallen?

Verkrappend effect

Veel analisten rekenen dit jaar op een renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank. Maar de duurdere dollar heeft al een verkrappend effect. Misschien is een renteverhoging later dit jaar niet eens meer nodig. En als de Fed ingrijpt om de dollar te verzwakken, wordt het nog moeilijker voor de ECB om te slagen.

De huidige winst van Europa, economische groei, betere bedrijfscijfers, zal dan slechts van korte duur zijn. Voor beleggers is het daarom meer dan ooit zaak er een goede spreiding in valuta op na te houden. Want wat je links verliest, win je rechts wel weer terug.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp