De laatste tijd wordt vaak geadviseerd om uit Amerikaanse aandelen te stappen. Een van de redenen daarvoor is de dollar, die flink duurder is geworden waardoor er voor Amerikaanse ondernemingen een fors concurrentienadeel kan ontstaan.

Op dit advies zijn echter flinke nuanceringen aan te brengen. Het eerste punt dat niet moet worden vergeten, is dat de Amerikaanse economie als geheel minder export-georiënteerd is dan de Europese. De Amerikaanse economie is namelijk voor zo’n 90 procent binnenlands gericht en daardoor is de sterke dollar voor veel ondernemingen geen probleem.

Dit geldt uiteraard niet voor bekende namen als Coca Cola, Procter & Gamble en bijvoorbeeld Google. Apple voelt de waardevermindering van een aantal valuta evenzeer, maar reageert hierop met prijsverhogingen voor haar producten.

Gezonde onderneming

Wat misschien nog wel belangrijker is, is dat je je moet afvragen of je je als belegger bij de aandelenselectie überhaupt moet laten leiden door valuta. Volgens mij doe je er veel beter aan om aandelen van (financieel) gezonde ondernemingen te kopen die sterk zijn binnen hun sector.

Het maakt dan niet zo veel uit waar zij hun hoofdkantoor hebben staan. De activiteiten van veel multinationals zijn zo wereldwijd gespreid, dat het hoofdkantoor niet meer dan de nationaliteit van een onderneming weerspiegelt.

Als laatste zijn zowel de markt voor dollars als die voor treasuries verreweg de meest liquide ter wereld. Om die reden vluchten beleggers steeds weer in dollars en Amerikaanse staatsleningen in tijden van onrust, die in de toekomst zonder twijfel weer zullen komen. De steeds weer door ‘deskundigen’ genoemde onderverdeling tussen Europa enerzijds en de Verenigde Staten anderzijds lijkt dan ook vooral kunstmatig.

pas op de plaats

De recente koersstijging van de dollar ging erg hard. Het is dan ook waarschijnlijk dat de munt even een pas op de plaats zal maken, al was het maar omdat beleggers er steeds meer vanuit gaan dat de Fed niet zo’n haast zal maken met het verhogen van de rente.

Door de sterke dollar wordt het Amerikaanse inflatiepeil juist gedrukt, waardoor de noodzaak van een renteverhoging minder groot wordt. Het is zelfs al zo ver dat men zich aan de andere kant van de oceaan ook al druk begint te maken over de lage inflatie.

Op de langere termijn lijkt de stijging van de dollar wel door te zetten. Het is niet uitgesloten dat de financiële markten binnen twee jaar pariteit met de euro gaan zien. Wanneer we even een paar stappen terug zetten en vervolgens naar de grafiek van de dollar kijken, is de huidige stijging trouwens niet zo bijzonder.

Zo deed de dollar in 2000, vlak na de introductie van de euro in 1999, zelfs even 82 cent. Nog wat verder terug in de tijd, in 1984, ging de dollar nog voor 4 gulden van de hand. Dat is teruggerekend 55 cent tegen de euro. Er is wat dat betreft dus nog veel mogelijk nu het lijkt dat de dollar uit een zeer lange downtrend is gekropen.

Handelsbalans

Het is echter vooral de verminderde afhankelijkheid van de Verenigde Staten van geïmporteerd olie en gas dat in de toekomst zal blijven bijdragen aan de sterk gedaalde tekorten op de handelsbalans.

Deze ontstonden in de jaren ’70 toen de Verenigde Staten voor het eerst, en tegen steeds hogere prijzen, grote hoeveelheden olie diende te importeren.

Wat dat betreft lijkt de cirkel nu rond en kan de dollar structureel omhoog. Want, hoewel de schalievelden wellicht een tijdje braak zullen liggen met de huidige lage olieprijs, zullen deze op termijn ook weer in productie komen. De Verenigde Staten zal de kans om zelfvoorzienend te worden op het gebied van energie niet voorbij laten gaan.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp