De toon bepaalt de muziek

We gaan 2014 uit met een wereldeconomie van verschillende snelheden. Zo kwakkelt de Europese economie verder en verder en wordt er voor heel 2014 een economische groei van slechts 0,8 procent verwacht. Dat is vooral te danken aan de Noord Europese landen.

Door Martine Hafkamp

In de Verenigde Staten echter groeide de economie in het tweede kwartaal met 4,6 procent en in het derde kwartaal met 3,9 procent. Omdat het eerste kwartaal van 2014 werd gekenmerkt door een uitzonderlijke strenge winter bleef de groei toen nog achter. Mede daardoor groeit de Amerikaanse economie naar verwachting over 2014 met 2,3 procent.

Deze grote economische verschillen zien we ook terug in de inflatie. Zo maakt men zich in Europa al enige tijd erg bang voor een naderende deflatie. De Europese inflatie zakt naar verwachting in 2014 naar 0,5 procent. In de Verenigde Staten is de inflatie ook niet hoog, maar toch nog een 1,7 procent.

Het komt eveneens tot uitdrukking in de tienjaars rente van de beide blokken: de Amerikaanse bedraagt momenteel 2,11 procent, terwijl de Duitse tienjaars rente nog maar op 0,57 procent staat. Een verschil van maar liefst ruim 1,5 procent. Historisch is het renteverschil tussen de Verenigde Staten en Duitsland daarmee tot een maximum opgerekt.

De Amerikaanse economie lijkt een paar jaar voorsprong te hebben genomen op die van Europa. Redenen: in de Verenigde Staten werd na de crisis van 2008 het bankenstelsel rücksichtslos gesaneerd. In Europa werden er wat banken genationaliseerd, maar verder schoof men het bankenprobleem het liefst nog even voor zich uit.

De Europese banken repareerden hun balansen, maar namen daarvoor ruimschoots de tijd. Daardoor liep de kredietverlening aan het bedrijfsleven forse schade op, met een (nog) lagere economische groei tot gevolg. Europa had daar bovenop te maken met een stevige eurocrisis in 2010-2012, iets waar men aan de andere kant van de oceaan geen last van had. In tegenstelling tot Europa is de Verenigde Staten één land en kunnen ingrijpende maatregelen sneller worden doorgevoerd, hoewel dat niet altijd even soepel verliep.

Feit is dat men in de Verenigde Staten al geruime tijd de werkloosheid gestaag ziet afnemen, de bedrijven weer voorzichtig investeren, het begrotingstekort afneemt, het consumentenvertrouwen stijgt en de huizenmarkt herstelt. De Amerikaanse economie groeit weer. In Europa zijn we nog lang niet zover. Het gevolg hiervan is dat de centrale banken een verschillend beleid voeren. De Fed draait langzaamaan haar ruime geldbeleid terug, terwijl dat de ECB het juist opvoert. 

Het hoeft geen betoog dat dit eveneens gevolgen heeft voor de valuta van beide economische blokken. Zo steeg de dollar dit jaar ten opzichte van de euro ruim 10 procent in waarde. De verwachting is dat deze trend zich, met vallen en opstaan, in 2015 zal voortzetten. Pas als men in Europa de zaak weer goed op de rails heeft staan kan daar een einde aan komen. Voor Europese beleggers in Amerikaanse effecten geeft het een aangename rugwind.

Vorige week bespeurden marktvolgers een kleine accentverschuiving in de woorden van Fed-voorzitter Yellen. Waar zij tot voor kort steeds sprak van het laag houden van de rente voor een 'aanzienlijke periode' werd nu gesproken van het feit dat men 'geduldig' zal omspringen met renteverhogingen.

Tijdens de persconferentie na afloop liet mevrouw Yellen zich ontvallen dat de rente de komende paar bijeenkomsten van de Fed niet verhoogd zal gaan worden. Met de bijkomende mededeling dat een paar volgens het woordenboek twee is. De rente kan in april dus verhoogd gaan worden in plaats van medio 2015, waar de markt tot dusver steeds van was uitgegaan. Toch reageerden de beurzen positief. Is het omdat beleggers dit als een teken zien dat de Fed het blijkbaar bijna veilig acht en dat de Amerikaanse economie dus weer op eigen benen kan staan?

Het is overigens maar de vraag of de markten zich überhaupt zorgen moeten maken over een eventuele renteverhoging van de Fed volgend jaar. De geschiedenis leert dat de wijze waarop het gecommuniceerd wordt een grote rol speelt.

Zo is Fed de markten al langer aan het voorbereiden op deze rentestap. Kijken we terug in de tijd, dan is de eerste reactie van de markt vaak even negatief. De koersen dalen in eerste instantie om daarna weer de weg omhoog te vinden. Een renteverhoging betekent normaliter immers dat de economie blijkbaar herstellende is.

Kijk bijvoorbeeld naar de laatste keer dat de Fed de rente verhoogde vanaf een soortgelijk extreem laag niveau. Na de dot.com crash was de Amerikaanse rente gedaald tot 1 procent. Halverwege 2004 begon de Fed de rente verhogen tot ruim 5 procent in 2006.

De S&P 500 steeg in deze periode met een kleine 50 procent in waarde, van 1.063 tot 1.565 punten. De eerste reactie was inderdaad negatief: de beurs daalde met een kleine 100 punten. Zeg maar een reguliere correctie van zo’n tien procent, om vervolgens dus te stijgen naar die 1.565 punten.

Beleggers doen er goed aan zich niet te veel door de dagelijkse ruis te laten afleiden, maar de lange termijn in de gaten te blijven houden. Duidt een renteverhoging immers niet op een sterkere economie? Zolang de inflatie onder controle is tenminste, want de renteverhoging in Rusland is natuurlijk geen uiting van een gezonde economie.

Beleggers behoeven zich volgens mij, zolang de Fed de inflatie onder de duim houdt, geen zorgen te maken over een renteverhoging. Het is de toon van de Fed die, bij monde van Janet Yellen, de komende tijd de (beurs)muziek zal bepalen.

Lees meer over:

NUwerk

Tip de redactie