Er zijn in China twee beurzen waar aandelen verhandeld kunnen worden: Shanghai aan de oostkust en Shenzhen in het zuiden. 

Door Martine Hafkamp 

Weliswaar is er ook nog een beurs in Hong Kong, maar hoewel deze sinds 1997 weer officieel onder Chinees bestuur valt, gelden hier andere regels dan voor de beurzen op het vasteland.

Er zijn verschillende types aandelen beschikbaar. Zo zijn de A-aandelen alleen beschikbaar voor Chinese beleggers en worden verhandeld in de Chinese munt Renminbi. Sinds 2002 zijn deze aandelen ook toegankelijk voor een zeer beperkt aantal buitenlandse, institutionele, beleggers.

Daarnaast zijn er B-aandelen, bedoeld voor buitenlandse investeerders. Deze staan in Shanghai genoteerd in Amerikaanse dollars en in Shenzhen in Hong Kong dollars. Tenslotte zijn er de H-aandelen. Dat zijn Chinese bedrijven met een notering in Hong Kong. Voor de liefhebber: N-aandelen zijn Chinese aandelen genoteerd in New York en L-aandelen in Londen.

Verbinding

Sinds 17 november heeft China de deuren geopend voor buitenlandse beleggers. Dankzij de beursverbinding ‘Connect’ tussen Hongkong en Shanghai komt de aandelenmarkt van het Chinese vasteland voor het eerst binnen bereik van niet-Chinezen.

Beleggers kunnen handelen in 560 in Shanghai genoteerde fondsen, met een maximum handelsvolume van 1,6 miljard euro per dag. Het wordt gezien als een eerste stap in de liberalisering van de Chinese markt. Volgens Goldman Sachs kunnen beleggers straks niet meer om Chinese aandelen heen.

De beurs van Shanghai is aantrekkelijk omdat er veel bedrijven genoteerd staan die hun geld verdienen met de binnenlandse consumptie. China bevindt zich in een overgangsfase van een export georiënteerde economie naar een meer consumptie gedreven economie.

Binnenlandse bedrijven 

Nu kunnen beleggers dus ook gaan beleggen in binnenlandse bedrijven die het vooral van de consumptieve groei moeten hebben. Deze zogenaamde beursverbinding werd al in april van dit jaar aangekondigd. Het is niet zonder gevolgen geweest. De beurs steeg sindsdien met ruim 18 procent en de Renminbi met 13 procent. Deze munt steeg ten opzichte van de euro dus zelfs nog meer dan de dollar.

Een bijzonder kenmerk van de Chinese beurs is dat ongeveer tweederde van de aandelen niet vrij verhandelbaar is, aangezien het direct of indirect om overheidsbezit gaat. De Chinese aandelenmarkt wordt überhaupt sterk door de overheid beïnvloed en is mede hierdoor niet erg transparant. Zo krijgen bevoorrechte staatsbedrijven heel eenvoudig een beursnotering.

Een beursgang biedt de mogelijkheid tot herfinanciering en herstructurering van ongezonde staatsbedrijven. Bovendien zijn openbare balansen niet altijd even betrouwbaar. De Chinese aandelenmarkt heeft daardoor een slecht imago en wordt niet voor niets wel het ‘Wilde Oosten’ genoemd.

Overgangsfase

Maar de Chinese economie bevindt zich zoals gezegd in een overgangsfase van een centraal geleide naar een vrije markt economie. In het kader van deze overgang verruimt de Chinese overheid de beperkingen met enige regelmaat om zo de instroom van buitenlands kapitaal te garanderen.

Zo komen er steeds meer beleggingsfondsen en trackers in Chinese aandelen en binnenkort zijn die ook in Londen, Taipei en Singapore verhandelbaar. Het zijn tussenstappen om de Chinese aandelenmarkt volledig vrij te maken. Shanghai wil op termijn het financiële centrum van Azië worden.

Shanghai staat nog altijd ongeveer 60 procent onder de waarde van topjaar 2007. En dat ondanks de gestage economische groei. Het lijkt er dan ook sterk op dat veel, zo niet alle, veronderstelde ellende in China als een aanstaande kredietcrisis, een bubble op de vastgoedmarkt en slecht gekapitaliseerde banken al is ingeprijsd. De koers/winstverhouding van de beurs in Shanghai bedraagt slechts 10. Vergelijk dat eens met die van de meeste Westerse beurzen…

Sinds de beruchte bodem van 9 maart 2009 steeg de Chinese beurs slechts 17 procent in waarde, inclusief herbelegde dividenden 30 procent. Dat is karig in vergelijking met de verdrievoudiging van de S&P 500 over dezelfde periode en de ruime verdubbeling van bijvoorbeeld de AEX.

Slechte periode

De Chinese beurs is goedkoop en heeft een slechte periode achter de rug. Daar komt nog bij dat de MSCI-Emerging Markets index recent heeft besloten zo’n 5 procent in te ruimen voor Chinese ADR’S. Dat zijn Chinese bedrijven met een beursnotering in de Verenigde Staten. Bedenk dat MSCI geen A-aandelen in zijn index wilde hebben, maar dat de lancering van ‘Connect’ daar ook verandering in kan gaan brengen. De uitgestelde vraag naar Chinese aandelen kan de komende jaren deze beurs  een flinke push gaan geven.

Chinese aandelen zijn niet voor beleggers met een zwakke maag, al was het maar omdat de Chinese beleggers zelf over relatief weinig fundamenteel nieuws beschikken en om die reden op basis van zeer beperkte informatie beleggingsbeslissingen moeten nemen.

Feitelijk is het daardoor eerder gokken dan beleggen. Dat alles lijkt onderdeel uit te maken van het eerder genoemde overgangsproces. Voor beleggers kan het nieuwe jaar, in de Chinese astrologie het jaar van het schaap, mede met de meest recente renteverlaging in het achterhoofd, voor de Chinese beurs wel eens grote mogelijkheden bieden.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp