De laatste jaren worden de multinationals het vuur aan de schenen gelegd over hun 'fair share' in belastingen. Menigeen gaat ervanuit dat zij dat juist niet betalen. Maar is deze veronderstelling juist?

Door Victor van Kommer

Het begint allemaal met het simpele feit dat multinationals (en ook kleinere ondernemingen die over de grenzen ondernemen) nu eenmaal in vele landen actief zijn en dat men voor dezelfde winst nu eenmaal niet graag dubbel belast wil worden.

Daarom is een netwerk aan verdragen opgezet tussen landen om zorg te dragen dat de heffingsrechten keurig verdeeld worden tussen de verdragslanden. Maar er zijn natuurlijk altijd subjecten die onder de radar willen doorvliegen en de verdragen zo toepassen dat zeer weinig of helemaal geen belasting wordt afgedragen.

Landen zijn niet helemaal gek en hebben daarvoor anti-misbruikbepalingen in het leven geroepen. Dezelfde landen zijn echter ook niet vies van investeringen en zetten de deuren graag fiscaal wijd open voor de buitenlandse investeeerder. Kortom er is nu eenmaal sprake van dubbele agenda’s en een dosis hypocrisie op dit vlak.

Non governmental organisations hebben zichzelf op het witte paard gehezen en voeren hun ideële programs tegen multinationals die vette nettowinsten boeken mede dankzij een agressieve tax planning. Maar de NGO’s en multinationals hebben al in hun bestaansreden een andere karakteristiek.

De eersten worden vaak gesubsidieerd met gemeenschapsgelden en de tweede groep moet overeind blijven in de competatieve markt. De NGO’s nemen het vooral op voor de ontwikkelingslanden die vaak weinig terugzien van de winsten gegenereerd in hun achtertuin.

Het eerste dat ik moet opmerken is dat de groep multinationals net zo kleurrijk is als de samenstelling van een bevolking. Je hebt multinationals die een sterk belang hechten aan fatsoenlijk gedrag en duurzaamheid en je hebt anderen die de mazen van de wet toch wat meer opzoeken.

Je hebt beursgenoteerde ondernemingen die nogal in de schijnwerpers staan en grote familiebedrijven die deze publieke druk niet voelen. Daarnaast hebben veel multinationals in ontwikkelingslanden te maken met schimmige concurrenten die lokale politieke bescherming genieten. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit als het soms wordt verteld.

We moeten ook niet vergeten dat in de media het onderwerp 'fair share' altijd in het licht staat van het betalen van het juiste bedrag aan winstbelasting. Maar het plaatje is wat groter. Ondernemingen betalen ook btw over hun producten en diensten, loonbelasting over de uitgekeerde salarissen en allerlei accijnzen en milieuheffingen over hun productie. 'Fair share' moet dus niet alleen worden toegepast op de vennootschapsbelasting dat vaak maar een gering deel is van de totale belastingdruk van een bedrijf.

Maar de 'fair share' discussie heeft ook iets engs in zich. Het is een morele kwestie en dan krijgen we al snel de etiketten van goed en slecht.

Sommige bedrijven kunnen stellen dat door winstmaximalisatie zij ook bijdragen aan werkgelegenheid. Anderen kunnen zeggen dat door agressieve 'tax planning' en belastingontwijking de belastingdruk wordt verlegd naar bedrijven die zich wel aan de regels houden zodat er sprake is van concurrentievervalsing. .

Maar ik zit vooral met het vraagstuk van wat is fair? En ik moet voortdurend denken aan de overwegingen van George Steiner die eens zei dat wanneer intellectuelen zich bezighouden met de definitie van de schoonheid het resultaat is dat we vastomlijnde ideëen krijgen over de ideale maatschappij en de ideale mens die daartoe behoort. En dat leidt automatisch tot het uitsluiten van hen die daar niet toe behoren. We weten allemaal uit de geschiedenis dat dit leidt tot onverkwikkelijke situaties.

Daarom is een 'fair share' discussie maatschappelijk zeer relevant maar mag niet leiden tot een moreel eigen gelijk waardoor anderen gedwongen worden door ons rechtschapen hoepeltje te springen. Kortom een 'fair share' discussie is maatschappelijk van belang maar moet uiteindelijk zijn grondslag krijgen in een wettelijk vastgelegd normatief kader. 

Victor van Kommer is directeur Tax Services van het fiscale onderzoeksbureau International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD), voorzitter van het Kennis Instituut Zelfstandig Ondernemen (KIZO) en bijzonder hoogleraar Tax Policy aan de Universiteit Utrecht.