Is dreigen met faillissement een legitiem incassomiddel? Volgens de meeste advocatenkantoren wel. En soms kun je gewoon niet anders.

Door Rob de Haan

Niemand dient zomaar een faillissementsaanvraag in. Het kost een flinke duit en heeft ingrijpende gevolgen voor het betreffende bedrijf.

Pas als een debiteur in een hardnekkige, opzettelijke wanbetaler verandert, gaan bij veel bedrijven de fluwelen handschoenen uit. Ondanks de minieme kans - 1 tot 3 procent - dat ze ooit nog iets van hun geld terug zien.

Praktijkcase

Eerst even een herkenbare praktijkcase voor iedereen die het weleens met een niet-betalende klant aan de stok heeft gehad.

Een advocatenkantoor helpt hun klant om te reorganiseren. De klant is een hotel, dat voor 8.700 euro diensten afneemt. Het hotel stelt zich op het standpunt dat ze geen betaalde opdracht hebben verstrekt en ze geen geld meer verschuldigd zijn aan het kantoor. Oftewel: de vordering wordt betwist.

De advocaten bewandelen het bekende pad van herinneringen en sommaties, maar zien geen geld. Aan het einde van 2013 besluiten ze alle openstaande facturen van de afgelopen drie jaar aan een vorderingenloket te verkopen. Ook die van het hotel.

Verdiend ten onder

Een faillissementsaanvraag op basis van een betwiste vordering maakt weinig kans. Daarom benaderde het vorderingenloket eerst de medewerkers die tijdens de reorganisatie waren ontslagen.

Op hun LinkedIn-profiel stond het hotel inderdaad als voormalig werkgever en alle drie de personen waren bereid mee te werken. Ze gaven schriftelijk getuigenis van de diensten die het advocatenkantoor had verleend. En zo veranderde de betwiste vordering in een rechtmatige vordering.

Schiet jezelf in de voet

Stap twee is het vinden van een 'steunvordering'. Een tweede partij met een vordering op dezelfde debiteur. Als de debiteur een eenmalige klant of leverancier was – die u verder dus niet kent – lijkt dat zoeken naar een speld in een hooiberg.

Maar gelukkig maakt zo’n bedrijf het zelf soms gemakkelijk. Zo ook dit hotel. Onder het kopje 'partners' op hun website stond een prachtig lijstje van leveranciers.

Navraag wees uit dat deze leveranciers zelf geen vorderingen op het hotel hadden, maar één van hen kende een interieurbedrijf dat nog wel op z’n geld wachtte. Dat bleek te kloppen en de interieurzaak verleende toestemming om hun vordering als steunvordering te gebruiken.

Faillissement als pressiemiddel?

Rechters zien niet graag dat een faillissement wordt gebruikt als incassomiddel. Het faillissement is van oudsher bedoeld om openheid van financiële zaken af te dwingen.

Maar op de website van menig advocatenkantoor staat het onomwonden: "Het faillissement aanvragen is een effectief incassomiddel om betaling af te dwingen van onbetwiste vorderingen" (bron: E-Legal).

Maar toch, hoe ver moet het komen om tot zo’n aanvraag over te gaan? In feite is het antwoord daarop: als verder praten of een dagvaardingsprocedure onvoldoende effectief  lijken te zijn. Oftewel: uw klant betaalt niet, is dat ook niet van plan en alles wijst erop dat er (zelfs via de kantonrechter) geen betaling zal volgen.

Stap voor stap

De rechtszaak tegen het hotel dient op 18 februari. De kans dat de rechter het faillissement toekent is groot, maar nog altijd niet zeker. Hoe maakt u nou het meeste kans? Nog even de stappen op een rij:

- Controleer of aan de twee wettelijke voorwaarden is voldaan: "de debiteur moet in een toestand verkeren te zijn opgehouden met betalen" en "er moeten meerdere schuldeisers zijn";
- De vordering mag niet betwist zijn. Is dat wel het geval dan zal de rechter u naar de civiele rechtbank verwijzen. Een deelbetaling, getekende overeenkomst of verklaringen van derden maken uw vordering harder;
- Zorg niet alleen voor een steunvordering (tweede schuldeiser) maar ook voor een extra steunvordering. Zo valt uw zaak niet meteen van tafel als de eerste steunvordering wordt afgewezen;
- Ga zelf naar de zitting. Een faillissementsaanvraag dient altijd voor de rechter en uw aanwezigheid laat zien dat u betrokken bent bij de uitspraak. Het is niet zomaar een dossier, maar er zitten mensen achter die hard gewerkt hebben voor hun geld en geen betaling hebben ontvangen. Bovendien kan de rechter om details vragen waar u het beste zelf antwoord op kan geven.

Nadat het faillissement is uitgesproken, is de curator in charge. De kans dat u nog iets van uw geld terug ziet is klein. Voor de meeste wanbetalende klanten is er echter wel wat aangelegen niet failliet te gaan.

Het vooruitzicht op een curator die alle boeken wil inzien, het geld beheert en de beslissingen neemt is voor velen geen aantrekkelijk toekomstbeeld en dwingt tot creativiteit om toch met een betaling over de brug te komen.

Is uw klant een B.V. (Besloten Vennootschap) die zijn financiële zaak(jes) niet op orde heeft, dan heeft u een extra stok om mee te slaan. Bij een faillissement loopt hij namelijk het risico om privé voor de schulden van zijn B.V. op te draaien.  En dat was nou net niet de bedoeling.

Rob de Haan is medeoprichter van Verkoopjevordering.nl. In zijn column beschrijft hij persoonlijke verhalen uit ons land tijdens de crisis. Waargebeurde ondernemersverhalen, waarin mensen en locaties onherkenbaar zijn gemaakt.