Nu alle kerstverlichting volop brandt, is de stap naar de energieleveranciers snel gemaakt. Maar of dat voor beleggers ook zo is?

Door Martine Hafkamp

Sinds het uitbreken van de economische crisis is de Europese energiemarkt achteruitgegaan. Grote spelers als E.ON en RWE zagen hun beurskoers sterk dalen.

De problemen zijn voornamelijk veroorzaakt door de daling van energieprijzen, als gevolg van een sterk gekrompen energievraag en de stijging in grondstofprijzen. Door deze ontwikkelingen zijn de te behalen winstmarges nihil. Ook worden ze in een aantal gevallen met rode inkt geschreven.

Defensief

De nutssector wordt over het algemeen als een defensieve belegging bestempeld met een aantrekkelijk dividendrendement.

De kenschets defensief is een logisch gevolg van de opvatting dat er altijd vraag naar energie zal blijven. Op zich is dat natuurlijk juist. De afgelopen jaren hebben echter bewezen dat de sector zijn naam als defensieve belegging niet waar heeft kunnen maken.

De vraag naar energie hangt immers nauw samen met de stand van de economie. Door deze krimpende vraag naar energie draait een groot aantal energiecentrales niet op maximale capaciteit. De centrales waar de kosten niet te overbruggen vallen, zijn zelfs stilgelegd. Een voorbeeld daarvan is de grote centrale van Nuon in de Eemshaven.

Strenge overheidsregulering

Daar komt nog eens bij dat de sector als geheel van strenge overheidsregulering afhankelijk is. Alles bij elkaar zijn de voornaamste risico’s voor nutsbedrijven daardoor niet alleen de mutaties in energieverbruik en de fluctuerende grondstofprijzen, maar ook de beperkingen die worden opgelegd vanuit de politiek.

Kijk voor dat laatste maar eens naar de Duitse markt. Als reactie op de gevolgen van de tsunami op de kerncentrales in Japan, nam de Duitse overheid het besluit om op termijn alle kerncentrales te sluiten. Aangezien een aanzienlijk deel van de Duitse energieproductie opgewekt wordt door kerncentrales, heeft deze beslissing grote gevolgen gehad voor de beurswaarde van E.ON en RWE.

Inmiddels zijn de eerste centrales van beide bedrijven niet meer operationeel. De weggevallen productie moet worden opgevangen door andere vormen van energieopwekking.

Lage kolenprijzen

Nu nog kan er worden geprofiteerd van de lage kolenprijzen, maar dit zal niet eindeloos duren. De Duitse energieconcerns moeten namelijk binnen een aantal jaren voldoen aan de Energy Roadmap; een Europese doelstelling die CO2-uitstoot sterk wil beperken.

Toch blijft de energiebehoefte boven een bepaalde ondergrens en dat zal ook niet veranderen. Verwachtingen van Morningstar suggereren dat de zwakke vraag naar energie nog zal aanhouden tot 2016. Hierna zal, hoogst waarschijnlijk door een aantrekkende Europese economie, de vraag weer stijgen.

De door gas aangedreven energiecentrales hebben het meest te lijden. Door de hoge gasprijzen lopen de kosten sterk op. Door nieuwe kolenwinning en het feit dat de Verenigde Staten op grote schaal overschakelen op schaliegas is de prijs van kolen fors gedaald.

Ook in andere landen wordt fors op schaliegas ingezet. George Osborne, de Engelse minister van Financiën, wil zelfs een schaliegasbelastingparadijs creëren om een juiste energiemix te promoten en de kosten te drukken.

Met een belastingtarief van 30 procent tegenover 62 procent voor olievelden in de Noordzee, lijkt dit redelijk te lukken. Dergelijke voorstellen maken het erg moeilijk voor gascentrales om rendabel te concurreren. In Frankrijk zag GDF Suez daardoor de winst over het afgelopen halfjaar eveneens kelderen.

Obligaties

Daarnaast heeft het beleid van de Fed, om door grote hoeveelheden obligaties op te kopen de rente te drukken, ervoor gezorgd dat niet obligaties maar defensieve aandelen de voorkeur kregen van risicomijdende beleggers.

Nu Bernanke heeft aangekondigd de liquiditeitsinjectie geleidelijk af te bouwen en de rente verder lijkt op te lopen, stappen deze beleggers weer over naar obligaties. De nutssector is dus geen ´safe haven´ voor beleggers meer. Ook dit zorgt voor een daling in de koers van de meeste nutsbedrijven.

Een andere oorzaak van de tegenvallende performance van de aandelen uit de nutssector, zit hem in de samenstelling van de omzet van deze bedrijven. Aangezien de energiemarkt een zeer kapitaalintensieve is en grote investeringen vergt, hebben de bedrijven die in deze sector actief zijn relatief meer schuld. Oplopende rentes hebben een negatief effect op dit vreemd vermogen.

Dividenden

Gelukkig zijn er ook positieve aspecten aan de Europese energiemarkt. Zo zijn de dividenden relatief hoog bij de nutsbedrijven. Dit blijft op de lange termijn voor een aantal beleggers aantrekkelijk. Zij kunnen zich bovendien gesterkt zien door de verwachting dat de energiemarkt vanaf 2016 weer zal aantrekken.

Deze goede vooruitzichten, gecombineerd met het aantrekkelijke dividendrendement, kunnen van een aantal nutsbedrijven met het beste energieaanbod een aantrekkelijke belegging maken. Op de korte termijn kan er echter kortsluiting ontstaan aangezien dit voor de meesten tenietgedaan zal worden door de negatieve (omgevings-)factoren.

Auteur heeft privé geen positie in één van de genoemde aandelen, cliënten van Fintessa evenmin.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.