Het conflict in Syrië niet om onderdrukte gelovigen die hun dictator weg willen hebben, maar om energie. 

Door Martine Hafkamp

Nog maar een paar weken geleden beheerste het Syrië conflict het dagelijkse reilen en zeilen op de financiële markten. Nadat de Verenigde Staten en Rusland het eens werden over een plan voor het ontmantelen van de chemische wapens in Syrië, leken beleggers het conflict ook als afgedaan te beschouwen. Kan Syrië echt van de agenda?

Anders dan wat het Journaal ons doet geloven gaat het conflict in Syrië natuurlijk niet om onderdrukte gelovigen die hun dictator Assad weg willen hebben, de zogenoemde Arabische lente. Samen met Marokko, Jordanië en Egypte was Syrië één van de meest vrije landen in het Midden Oosten. Diverse geloven leefden prettig en vredig met elkaar samen.

Gas

In werkelijkheid gaat het, net als in Koeweit en Irak, gewoon om energie. Geen olie dit keer maar gas. Of, nog preciezer geformuleerd: pijpleidingen voor gas. Kort voor de onrust begon in Syrië werd er bij Homs een grote hoeveelheid gas gevonden.

Maar daarvoor was er al onenigheid over wie zijn gaspijpleiding door Syrië mag gaan aanleggen; de Soennieten in de vorm van Qatar met het grootste gasveld ter wereld op de grens met Iran, of de Sjiieten in de vorm van Iran met minstens net zoveel gas.

Assad is vrienden met Iran en heeft een overeenkomst gesloten om een gaspijpleiding aan te leggen vanuit Iran door Irak naar havenstad Tartus aan de Middellandse Zee. Havenstad Tartus, vlakbij Homs, is compleet Russisch. De Russen hebben daar ook een marinehaven.

Alles bij elkaar maakt dat hen een zeer belanghebbende partij. Bovendien willen de Russen aansluiten op deze leiding nu het Nabucco-project, een zuidelijke pijpleiding om aan Europa gas te leveren naast de noordelijke waar Oekraïne en Duitsland steeds moeilijk doen, dreigt te mislukken of minimaal veel te duur lijkt uit te vallen.

Monopolie

Qatar aan de andere kant, gesteund door zijn Soennitische vrienden in Saoedi Arabië en de Verenigde Staten, is er alles aan gelegen om het Europese gasmonopolie van Rusland te breken om zelf gas aan Europa te kunnen gaan leveren.

Om dat te bewerkstelligen is een pijpleiding van Qatar via Saoedi Arabië en Jordanië naar Tartus, Syrië noodzakelijk. Dat kan pas geeffectueerd worden als hun Sjiitische vijand Assad van het toneel is verdwenen. Daarom zijn er ‘rebellen’, Moslimbroeders en Al Quaida strijders uit Saoedi Arabië, in opstand gekomen tegen Assad.

Turken

Tenslotte hebben de Turken nog een belang. Zij zijn nu (nog) afhankelijk van Iraans gas en willen daar vanaf, maar Russisch gas willen ze ook niet. Daarom hopen ze op gas uit Qatar dat in Syrië verwerkt kan gaan worden tot LNG.

Het feit dat de Syrische kwestie om gas gaat, verklaart ook waarom de koers van het aandeel Shell oploopt als de spanningen in Syrië toenemen. De redenering dat Shell oploopt vanwege een oplopende olieprijs is slechts het halve verhaal. In Qatar zitten namelijk hele belangrijke gasbelangen van Shell.

Tot zover mijn verhaal. Wat ik ermee heb willen duidelijk maken, is dat het me onwaarschijnlijk lijkt dat de gemoederen in Syrië al geheel en al tot bedaren zijn gekomen. Het lijkt me dan ook wat vroeg om het Syrië conflict al als een gepasseerd station helemaal van de agenda af te voeren.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.