De argumenten die de Nederlandse voetbalclubs in stelling brengen om de crisisheffing te ontlopen, hadden zelfs door een voetballertje uit de C-jeugd verzonnen kunnen worden.

Door Arjan Thomassen

In het zogenaamde lenteakkoord werd door de regering vorig jaar besloten om over 2012 een eenmalige werkgeversheffing in te voeren van 16 procent. Deze crisisheffing wordt berekend over het loon dat per werknemer uitstijgt boven de 150.000 euro en dient in de aangifte loonheffing over maart te worden aangegeven.

Deze belasting moet uiterlijk 30 april 2013 worden voldaan. Minister Dijsselbloem, naarstig op zoek naar geld, heeft onlangs aangekondigd deze maatregel ook voor 2013 te laten gelden.

Belastingadviseurs en –wetenschappers zijn van oordeel dat deze materieel terugwerkende kracht in strijd is met artikel 1 (bescherming van het eigendom) van het eerste protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Elk zichzelf respecterend belastingadvieskantoor heeft haar relaties dan ook geadviseerd om tegen deze crisisheffing bezwaar te maken. Gevolg zal zijn dat er massaal bezwaarschriften ingediend zullen gaan worden. Raakt het u, dan is het dus wijs om een bezwaarschrift in te dienen, niet geschoten is immers altijd mis.

Verbazing

Met enige verbazing las ik vandaag dat de KNVB en de Nederlandse topclubs Ajax, AZ, Feyenoord, FC Groningen, Heerenveen, PSV, FC Twente en Vitesse gezamenlijk een juridische procedure tegen de toepassing van de zogenaamde crisisheffing op gaan starten.

Prima, als men het er niet mee eens is, maar de argumenten die daarvoor gebruikt worden, snijden mijns inziens geen hout. Zo stellen zij in hun grieven onder meer dat de clubs niet zouden hebben kunnen anticiperen op de kosten die zij dit jaar moeten maken en waar zij volgend jaar opnieuw mee worden geconfronteerd.

Het betaald voetbal werkt namelijk met doorgaans langlopende spelerscontracten. Geldt dit niet voor alle werkgevers? En werken de meeste werkgevers niet met langlopende arbeidsovereenkomsten (lees: contracten voor onbepaalde tijd). Dus wat dat betreft is er geen verschil tussen een betaaldvoetbalorganisatie en een ‘normale’ werkgever.

Werkvloer

En wat te denken van het volgende argument: “Sportorganisaties hebben het kapitaal op de werkvloer staan, in plaats van in de directiekamer. Dit maakt dat clubs onevenredig hard getroffen worden. De crisisheffing zal voor een aantal betaald voetbalorganisaties de loonkosten doen stijgen met wel tien procent”.

Of je nu werkzaam bent op de werkvloer of in de directiekamer, voor de crisisheffing maakt dat toch geen verschil? En je zou toch kunnen zeggen dat voor een voetballer het voetbalveld toch de directiekamer is waarin (of beter waarop) hij zijn geld verdient, niet? Dus waarom zou die dan anders behandeld moeten worden??

Advies

Kortom: men is vrij om bezwaar te maken tegen de crisisheffing, maar ik zou de KNVB en de betaaldvoetbalorganisaties willen adviseren om daarvoor een ter zake kundige belastingadviseur te raadplegen.

De argumenten die nu naar voren gebracht worden, hadden zelfs door een voetballertje uit de C-jeugd verzonnen kunnen worden.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij FSV Adviseurs Eindhoven BV en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. Volg hem ook op Twitter.com/athomassen60.