De Europese bio-economie is een belangrijke economische groeimotor, maar nog lang niet alle kansen zijn benut, betoogt Europarlementariër Judith Merkies.

Een groot deel van de Nederlandse economie leunt nog altijd op vervuilende fossiele brandstoffen. Om de Europese afhankelijkheid van oude energie te verminderen en nieuwe innovatie- en concurrentiekracht te vinden, heeft de Europese Commissie een strategie voor een Europese bio-economie voorgesteld.

Afgelopen week diende ik, als verantwoordelijke op dit dossier voor de sociaaldemocratische fractie, voorstellen in voor een duurzame bio-strategie voor Europa. Dit kan een belangrijke impuls zijn voor duurzame economische groei.

Olifantengras

Houtsnippers, olifantengras of voedselresiduen niet in de oven gooien, maar gebruiken voor innovatieve toepassingen, en zo onze olie-afhankelijkheid verminderen. Het klinkt als een idee waar niemand tegen kan zijn. Maar we moeten goed nadenken over welke bio-economie we willen.

Als we ons spaarzame vruchtbare land, waarop voedsel verbouwd kan worden, gebruiken voor grondstoffen voor plafondplaten zijn we verkeerd bezig. Er moet duidelijkheid komen over hoe onze biogrondstoffen op de meest hoogwaardige en duurzame manier gebruikt kunnen worden.

Voortrekkersrol

Op dit moment is de Europese bio-economie al een belangrijke motor voor groei en banen met een jaarlijkse omzet van twee miljard euro. Maar nog lang niet alle kansen zijn benut. Nederland, dat een relatief grote bio-sector heeft, kan een voortrekkersrol spelen in het ontwikkelen, verspreiden en vermarkten van bio-initiatieven.

Veel toepassingen vinden nu alleen plaats op kleine schaal, binnen de muren van onderzoeksinstellingen. Het Europees Parlement kijkt nu terecht naar de weg van het lab naar de markt voor bio-producten.

Verder zal ik een zogenaamde "one stop shop" voorstellen, één loket waar iedereen in Europa terecht kan met vragen over initiatieven die binnen de bio-economie vallen. Nu raken burgers en bedrijven die geinteresseerd zijn in het concept vaak verstrikt in een woud van bronnen en instanties.

Te behoudend

Het grootste gebrek van het parlementsvoorstel is dat het veel te behoudend is wanneer het aankomt op duurzaamheid. Een duurzame en rendabele bio-economie is een race van de lange adem.

Ik pleit ervoor om vanaf begin in te zetten op duurzaam. Anders is de bio-economie oude wijn in nieuwe zakken.

Dan gaan we door met milieu-intensieve productie en consumptie, maar dan op basis van biomassa in plaats van op oliebasis. Een bio-economie slaagt alleen als het ook werkelijk een duurzaam alternatief biedt.

Judith Merkies is lid van het Europees Parlement namens de PvdA