Wordt 2013 dan echt het jaar van de aandelen? Zoals ik vorige week al schreef, lijkt de eerste maand in ogenschouw nemend, alles hierop te wijzen.

Door Martine Hafkamp

Wanneer de toezichthouders zich nog wat coulanter gaan opstellen richting banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen kunnen de markten pas echt los.

Deze instituten zitten zwaar overwogen in staats- en bedrijfsobligaties. Ze staan in de startblokken om te gaan beleggen in aandelen, maar kunnen en/of mogen dit nog niet.

Daar komt nog eens bij dat de particuliere belegger er steeds meer achter komt dat de rente te laag is om een aanvaardbaar rendement te realiseren. De grote draai heeft nog niet plaatsgevonden, maar er zijn steeds meer tekenen die er op lijken te duiden dat de ruil van obligaties naar aandelen er wel aan te komen.

VS

De rente op tienjaars leningen in de Verenigde Staten is vanaf de bodem van 1,4 procent al gestegen naar ongeveer 2 procent.

De vooruitzichten voor de Verenigde Staten worden, ondanks het matige groeicijfer over het vierde kwartaal, steeds rooskleuriger. De huizenmarkt herstelt zich steeds verder, de olie- en gasboom blijft gaande en het ontschuldingsproces nadert z’n einde.

De Amerikaanse economie kan daardoor de komende jaren een sterke comeback gaan maken. Het is niet voor het eerst dat de Verenigde Staten als een feniks uit de as herrijzen.

Vlucht in obligaties

Wat gebeurt er dan met de obligatiemarkten? Want de enorme vlucht in obligaties is niet zonder gevaar. In het geval iedereen of in ieder geval veel beleggers weer tegelijk door dezelfde deur naar buiten willen, kan de rente weer hard oplopen. Daarom moeten obligatiebeleggers, vooral in staatsobligaties, oppassen!

Voor aandelenbeleggers breken betere tijden aan. Bernanke heeft de druk jarenlang net zo opgevoerd totdat hij nu uiteindelijk zijn zin lijkt te krijgen; de beweging naar meer risicodragende waarden lijkt ingezet. Er is ook bijna geen alternatief.

Daar staat tegenover dat de centrale bank van de Verenigde Staten heeft aangegeven obligaties te zullen blijven opkopen om de rente laag te houden, zolang de werkloosheid boven de 6,5 procent staat.

Het meest recente werkloosheidscijfer van 7,9 procent ligt hier nog substantieel boven. De inflatie mag daarbij oplopen tot maximaal 0,5 procentpunt boven de target van 2,0 procent. Voor dat laatste bestaat vooralsnog weinig reden tot zorg.

Besparingen

In Washington moeten er de komende maanden twee belangrijke zaken tot een goed einde gebracht worden. Ten eerste moeten de Republikeinen en Democraten in de loop van februari een akkoord bereiken over besparingen. Ten tweede moet wederom het schuldenplafond worden opgehoogd, al is daar een paar maanden tijd gekocht.

De financiële markten gaan er vooralsnog dan ook van uit dat het nog ergens tot in 2015 kan gaan duren dat de Fed doorgaat met het opkoopprogramma van obligaties. Het is echter niet uitgesloten dat de werkloosheid in de Verenigde Staten dusdanig snel daalt, dat dat moment dichterbij komt te liggen dan nu wordt verwacht.

De een na laatste keer dat de Fed bij elkaar kwam, was de stemverhouding 5-4 in het voordeel van QE4-ever, een nipte meerderheid. Na hun laatste tweedaagse vergadering publiceerde de Fed de conclusie dat er ‘een pauze’ zit in de economische activiteit. Positief is dat het bedrijfsinvesteringen fors aantrokken en dat de consument flink de portemonnee trok.

Hint

Er komt een dag dat de Fed met de beroemde beursbel gaat rinkelen als signaal dat we voorlopig even de top hebben bereikt. Iedere hint op een beëindiging van QE4, zal voldoende zijn voor beleggers om in ieder geval voorlopig winst te nemen op hun aandelen.

 

Op de lange(re) termijn zal zowel de inflatie als de rente oplopen. Het is niet onverstandig daar nu al op te spelen, omdat zulke bewegingen niet op de voorpagina worden aangekondigd en vrij plotseling kunnen optreden. Houd echter wel rekening met hobbels op de aandelenweg.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.