Inflatie of deflatie?

De historische ontwikkeling van de inflatie laat grote schommelingen zien.

Door Fred Huibers

Vooral in periodes van sterk oplopende overheidstekorten als gevolg van de noodzaak om grootschalige oorlogsinspanningen te financieren (1914-1918 en 1940-1945), loopt de inflatie op.

Een andere periode waarin de inflatie sterk opliep, is rond de tweede oliecrisis van 1979. Een langere periode van aanhoudend hoge inflatie is relatief zeldzaam en wordt veroorzaakt door schaarste, een loon-prijs spiraal en oplopende overheidstekorten.

Deflatie

De dertiger jaren worden gekenmerkt door deflatie. Deze werd ingezet door een ineenstorting van het vertrouwen in het financiële systeem na een periode van voorspoed en speculatie (de roaring twenties).

De financiële crisis heeft langere tijd het vertrouwen van consumenten en bedrijven geschaad waardoor ook de reële economie vrijwel tot stilstand kwam met de bijbehorende massawerkloosheid en stagnatie als negatieve consequenties.

Sinds de interventie van de centrale banken, onder leiding van Paul Volcker van de FED, is de inflatie sinds het begin van de tachtiger jaren onder controle en fluctueert rond een niveau van 2,5 procent per jaar.

In 2007 is de kredietcrisis gestart. Om een herhaling van de deflatie van de jaren dertig te voorkomen, zijn centrale banken sterk monetair gaan stimuleren door de geldhoeveelheid te vergroten en de officiële rentetarieven te verlagen.

Inflatie of deflatie?

De vraag is of deze monetaire verruiming tot inflatie zal leiden. Normaal gesproken is dat het geval.
Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat dit op de afzienbare termijn niet zal gebeuren:

1. Financiële instrumenten zoals inflatie-gecorrigeerde staatsobligaties (waarvan de coupon oploopt naarmate de inflatie oploopt) met een lange resterende looptijd geven aan dat de inflatie langere tijd bescheiden zal blijven;

2. De structureel hoge werkloosheid betekent dat de kans op het ontstaan van een loon-prijs spiraal laag is;

3. Door de strengere kapitaaleisen lenen banken de toegenomen liquiditeiten zeer beperkt uit. De dalende omloopsnelheid van het geld dempt het potentieel inflatoire effect van de toegenomen geldhoeveelheid;

4. Overheden verhogen de belastingen en dempen daarmee de consumptieve bestedingen;

5. De noodzakelijke aflossing van de sterk toegenomen schulden betekent dat er minder inflatoire druk uit zal gaan van de toegenomen geldhoeveelheid;

6. Onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds waarschuwt voor deflatie binnen de eurozone (25 procent kans).

Fred Huibers is partner bij HEK Value Funds

Lees meer over:

NUwerk

Tip de redactie