Wie de jeugd heeft...

Wel of geen noodhulp voor Spanje: de volledige scholings-, arbeids- en pensioenmarkt moet er op de schop.

Door Martine Hafkamp

De kranten staan er vol mee. Wanneer gaat Spanje nu steun aanvragen bij de ECB? Beleggers vertrouwen erop dat de ECB zal bijdragen aan het (nood)lot van Spanje.

Dat bleek uit de grote vraag naar Spaanse staatsobligaties, die afgelopen donderdag verkocht werden tegen fors lagere rentepercentages dan afgelopen zomer.

Omdat Spanje officieel nog steeds geen hulp heeft aangevraagd, liet de ECB de rente onveranderd. Hoewel men nog eens benadrukte klaar te staan om eurolanden met financiële problemen te helpen, laat men de beslissing tot steun vooralsnog over aan de nationale regeringen. Het Spaanse ego is groot.

Herstel

Mocht Spanje besluiten noodsteun aan te vragen, zal deze Europese hulp dan daadwerkelijk leiden tot een bevolking die zichzelf kan onderhouden en voor economisch herstel kan zorgen? Afgelopen week kwamen er veel belangrijke indicatoren uit over Spanje. De Spaanse inkoopmanagersindex blijft laag en de activiteit in de dienstensector matig.

Zoals bekend hebben de Spaanse banken een forse kapitaalsinjectie nodig. Daar bovenop blijft het met de begrotingsdiscipline van de Spaanse regio’s droevig gesteld.

Het belangrijkste probleem is echter dat de Spaanse werkloosheid blijft toenemen. Die ontwikkeling zorgt voor grote sociale onrust. Stakingen, protesten en zelfs separatisme in Catalonië zijn aan de orde van de dag.

Als het zou lukken de torenhoge werkloosheid terug te dringen, zou dat er mede voor kunnen zorgen dat de Spanjaarden hun begroting beter op orde krijgen en de uitdagingen, waarop de president van de ECB Draghi afgelopen donderdag in zijn toelichting op het rentebesluit wees, te boven te komen. Hoe komt het eigenlijk dat de Spaanse werkloosheid zo hoog is?

Frankrijk

Qua arbeidsmarkt lijkt Spanje bijvoorbeeld heel veel op Frankrijk; van 2000 tot 2007 kenden beide landen vergelijkbare werkloosheidspercentages, wetgeving voor arbeidsbescherming en werkloosheidsuitkeringen. In Frankrijk echter steeg de werkloosheid in de crisis naar ‘slechts’10,3 procent, terwijl die in Spanje nu ruim 25 procent bedraagt.

Wie de jeugd heeft, heeft nog niet per se de toekomst. De jeugdwerkloosheid in Frankrijk schommelt sinds 2008 tussen de 17 en 24 procent. In Spanje daarentegen is deze gestegen is van 19 procent in 2008 naar 52,9 procent nu.

Economisch gezien staat Frankrijk er beter voor dan Spanje, maar dit verschil in werkloosheidspercentages onder jongeren is zo immens groot, dat het eerder een systematisch dan een cyclisch probleem lijkt te zijn.

Tijdelijke krachten

Historisch gezien maken tijdelijke werknemers in Spanje een groot gedeelte uit van de beroepsbevolking: van 1998 tot 2008 bedroeg het aantal tijdelijke arbeidskrachten ongeveer 33 procent van het totaal aantal werkenden.

Dit is hoog, zeker als we het afzetten tegen het gemiddelde percentage van 12,8 procent dat geldt voor de Europese Unie als geheel. In Spanje werden tijdelijke arbeidskrachten vooral ingezet in sectoren als de landbouw, bouw en het toerisme. Hier is veel werk verdwenen.

Er is nog een oorzaak voor het historisch hoge aantal tijdelijke arbeidskrachten als percentage van de totale beroepsbevolking in Spanje. Dat is het grote verschil in kosten tussen het ontslaan van vaste dan wel tijdelijke werknemers.

Afgelopen februari zijn in voor beide gevallen de kosten verlaagd. Dit gebeurde enerzijds om ondernemers meer speelruimte te geven, maar anderzijds wilde de Spaanse overheid haar doorzettingskracht en goede wil tonen aan de markt.

Geen opleiding

Waar Spanje nu tegenaan loopt is dat een groot percentage mensen dat zonder werk is, helaas vaak niet een opleiding heeft afgemaakt. In het verleden werden veel Spanjaarden zelfs van school geplukt om te gaan werken. Er werd geen rekening mee gehouden dat de vooruitzichten zo zouden kunnen veranderen.

Het zal dan ook erg moeilijk worden om op kosten te concurreren tegen andere laagopgeleide, maar zeer werklustige, Oost-Europeanen. Zeker nu er in het bezuinigingspakket met zo’n 5 procent meer dan het gemiddelde van 17 procent wordt gekort op onderwijs.

Pensioenen

Eurocommissaris Olli Rehn blijft hameren op de broodnodige hervormingen van het Spaanse pensioenstelsel, waarbij de pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Hierdoor zou er wel fors bespaard kunnen worden, maar het zal ook veel sociale onrust opwekken. Bovendien lost dat het probleem van de hoge jeugdwerkloosheid evenmin op.

De volledige Spaanse scholings-, arbeids- en pensioenmarkt moet op de schop. Een hogere participatiegraad van de beroepsbevolking leidt immers automatisch tot hogere inkomsten voor de Spaanse overheid. In Spanje heeft men de jeugd, dus de basis voor een (economisch gezonde) toekomst heeft men eveneens.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.

NUwerk

Tip de redactie