De politiek blijft worstelen met zzp’ers

Aan losse flodders en lippendienst geen gebrek; zo stelt Linde Gonggrijp na het bestuderen van de passages over zzp’ers in de verkiezingsprogramma’s.

Door Linde Gonggrijp

Als we het nog een tijdje volhouden om de kiezers elke twee jaar naar de stembus te nodigen dan komt het nog wel eens goed met de politieke aandacht voor zzp’ers. Vergeleken met twee jaar geleden zijn ze in elk geval meer aanwezig in de verkiezingsprogramma’s dan toen.

Het lijkt er op dat politieke partijen zich langzaam maar zeker bewust worden van het feit dat van elke 12 werkenden er één zijn brood verdient in een andere rol dan die van werknemer en dat ons stelsel van regels rondom arbeidsmarkt en sociale zekerheid daar nog helemaal geen rekening mee houdt.

Maar veel meer dan wat pleisters en hier een daar een verbandje komt er nog niet uit de EHBO-kist van de politiek. Van rechts tot links slagen de partijprogramma’s er niet in om met een reeks samenhangende en hanteerbare oplossingen te komen die zzp’ers een volwaardige plaats geven in het Nederlandse sociaal-economisch bestel.

Dé zzp'er

In de verkiezingsprogramma’s ontbreekt een goede analyse van de huidige arbeidsmarkt en ook de notie dat dé zzp’er niet bestaat. Het begrip zzp’er wordt gehanteerd alsof het gaat om één homogene groep. Dat leidt tot een reeks voorstellen die onderling geen samenhang hebben.

Soms zijn ze ingegeven door de wens om iets te doen aan de sociale risico’s die worden gelopen door mensen die beter niet voor zichzelf hadden kunnen beginnen; soms zijn er pogingen om juist de positie van de zzp’er als ondernemer te versterken.

Geen enkel politiek programma pleit ervoor om nu eindelijk eens te komen tot een door de hele (semi)overheid gehanteerde heldere en eenduidige definitie van het begrip zelfstandige en dat is wel hard nodig.

Zonder die stap blijft de groep als geheel ongrijpbaar voor effectief beleid en missen de voorstellen die worden gedaan richting en doel, want aan losse flodders en lippendienst geen gebrek.

Bereikbaar verzekerd

Als het gaat om een bereikbare verzekering voor arbeidsongeschiktheid vindt de VVD dat daarvoor aansluiting bij een collectieve verzekering mogelijk moet worden, de PVDA wil dat zelfs verplichten, het CDA vindt dat zoiets vooral individueel moet kunnen tegen een redelijke prijs, GroenLinks zegt dat ze recht hebben op een betaalbare verzekering en de ChristenUnie vindt dat toetreden tot een collectieve verzekering beter moet worden gefaciliteerd.

De SP ontkent het probleem gewoon door te stellen dat wie werk doet dat ook door werknemers wordt gedaan "gewoon" onder de werknemersverzekeringen moet vallen. Dat komt ervan als niet helder is wat en wie er nou precies wordt bedoeld met een zzp’er.

Verwarring

Die zelfde verwarring zie je terug in de voorstellen met betrekking tot andere voor zzp’ers belangrijke issues zoals pensioenen en scholing. Er wordt ook gepleit voor meer kansen voor zzp’ers bij overheidsopdrachten – ook door de SP – maar die partij wil tegelijkertijd het aantal externe medewerkers bij de overheid – vaak zzp’ers – binden aan een maximum. (Een zelfde reflex zie je overigens in delen van de vakbeweging).

Terwijl alle organisaties van zzp’ers – en dat zijn er (te) veel – zich uitspreken tégen minimumtarieven heeft de PvdA toch in zijn programma staan dat die er moeten komen.

Naar aanleiding van een onderzoek naar de positie van werksters door De Volkskrant en de vraag of er voor die groep geen cao zou moeten komen liet de VVD aantekenen dat werksters ook als zzp’er kunnen worden beschouwd. Met zo’n helder inzicht in de kern van wat een zzp’er is moet je bijna hopen dat de politiek er zich vooral niet mee bemoeit.

Dat alles betekent overigens niet dat er na de verkiezingen voor zzp’ers geen vorderingen kunnen worden gemaakt op het politieke vlak. Door verschillende voorstellen te combineren lijkt het mogelijk om een parlementaire meerderheid te krijgen voor meer fiscale ruimte voor de pensioenreserveringen van zelfstandigen.

PPI

Die kunnen dan worden uitgevoerd door een premie pensioen instelling (PPI). Zo’n PPI is het best te vergelijken met een pensioenfonds zoals dat voor werknemers bestaat, maar de ingelegde premies komen alleen ten goede aan de individuele deelnemer.

Het is dus geen ‘fonds’ waarbij met de premies ook het pensioen van anderen worden gefinancierd en deelname is vrijwillig. De VVD heeft daarvoor een initiatiefwetsvoorstel aangekondigd.

Een verstandige kabinets(in)formateur zal zich realiseren dat wie de flexibilisering op de arbeidsmarkt wil bevorderen juist eerst moet investeren in zzp’ers door ze te ondersteunen en stimuleren bij het zelfstandig aanbieden en vermarkten van de eigen arbeid, met behoud van de sociale kaders die we als samenleving nastreven. Zo ontstaat er een volwaardig alternatief voor traditionele arbeidsrelaties .

Om de zaken rondom zzp’ers nu goed op een rij te krijgen moet een kabinet doorgaans drie ministers of staatssecretarissen aan het werk zetten: economische zaken, sociale zaken en financiën.

Staatssecretaris

Het wordt dus tijd voor een staatssecretaris voor het nieuwe werken die kan en mag doorpakken op de zzp-dossiers. Die een eind maakt aan constructies voor schijnzelfstandigheid, die zzp’ers beoordeelt als ondernemers, dus op de winst die ze maken in plaats van op een urencriterium en die begrijpt dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt wat meer is dan alleen het afbreken van bestaande rechten.

Daarvoor hoeven we niet te wachten op de verkiezingsprogramma’s voor de volgende stembusgang, hoewel je mag hopen dat daar wat meer samenhang in komt als het gaat om de belangen van zzp’ers.

Linde Gonggrijp is directeur van FNV Zelfstandigen

Tip de redactie