Dank je de koekoek!

In tegenstelling tot Van Marwijk durf ik wel te wisselen. Want een traditionele beleggingsaanpak kan ook risicovol zijn.

Door Martine Hafkamp | In samenwerking met Belegger.nl

De laatste tijd steken volop geluiden over indexbeleggen, trackers en agressieve nieuwe initiatieven in die richting als ibeleggen, de kop op.

Uitgerekend de AFM, tot op heden toch een fervent voorstander van passief beleggen, zwengelde de discussie over het gebrek aan transparantie en het daardoor verhoogde risico van een aantal trackers aan.

De aanbieders van indexbeleggen vielen over elkaar heen, om de AFM en beleggend Nederland het tegendeel te bewijzen. Natuurlijk kunnen trackers in het kader van risicobeheer nuttige instrumenten zijn.

Ze maken het namelijk mogelijk om op een eenvoudige manier en betrekkelijk efficiënt een gespreid belang in de markt te nemen, bijvoorbeeld in hoogrentende obligaties of in Amerikaanse aandelen; u vraagt, wij draaien.

Ik schrijf bewust ‘betrekkelijk efficient’, omdat lang niet alle trackers zo goedkoop zijn als ze op het eerste gezicht wellicht lijken. Bovendien leunen nogal wat van die indextrackers die in Europa worden aangeboden op financiële derivaten, de zogenaamde synthetische trackers. Het maakt ze vele malen minder transparant en dat is nu net waarvoor de AFM de knuppel in het hoenderhok van de trackers gooit.

Fysiek

Zelf gebruik ik ook trackers in de portefeuilles van mijn cliënten, maar dan wel de fysieke, zodat je niet bij wijze van spreken een mandje Spaans onroerend goed aandelen als onderpand hebt, maar daadwerkelijk de beoogde aandelen en obligaties waarin gezegd wordt dat je investeert.

Zo beleg ik in de tracker Market Vectors Agribusiness. Deze tracker volgt de DAX Global Agribusiness Index zo nauwkeurig mogelijk. Hiermee speel ik in op de te verwachten toenemende wereldwijde vraag naar voedsel en de mogelijkheden die producenten in de landbouwsector beleggers te bieden hebben.

Risicobeheer gaat wat mij betreft echter verder dan het volgen van een aantal indices. Daarom wordt voor mijn cliënten het overgrote deel van de beleggingsportefeuilles actief ingevuld.

Hier maak ik mijn eigen keuzes en kies voor en namens mijn cliënten voor individuele aandelen en obligaties. Dat doe ik niet zo zeer om daarmee het rendement van een index wil verslaan. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik het fundamenteel goede ondernemingen vind en het qua risico-rendement verhouding verantwoord acht in deze ondernemingen te investeren.

Zes punten van risicobeheer

Dat als uitgangspunt nemend kom ik met mijn actieve beleggingsfilosofie wel op zes punten van risicobeheer uit die ik graag met u deel. Ten eerste houdt het in dat ik aan de aandelenkant voor mijn cliënten hoofdzakelijk beleg in liquide, internationale kwaliteitsaandelen.

Enkele voorbeelden die kan ik noemen zijn Royal Dutch Shell, Nestlé, Walt Disney, Kraft en Google. Bedrijven waarvan je de producten en diensten dagelijks kunt tegenkomen.

Het tweede punt van risicobeheer is dat de aandelenposities regelmatig worden aangehouden in combinatie met opties. Daarnaast zijn nogal wat beleggingen opzettelijk niet in euro’s en niet afgedekt, het derde punt van mijn risicobeheer.

Opkomende markten

Ten vierde doe ik aan risicobeheer door opkomende markten idealiter te spelen via ondernemingen die daar een (aanzienlijk) deel van hun omzet realiseren in plaats van allerhande directe indexbeleggingen in die regio’s waar de beurzen veel volatieler zijn.

Aan de obligatiekant beleg ik eveneens hoofdzakelijk in individuele titels. Ik kies vooral voor bedrijfsobligaties van ondernemingen die niet alleen door objectieve instanties, maar ook na eigen grondig huiswerk financieel solide worden geacht.

Daarnaast beleg ik via betrouwbare trackers in Europees high yield-papier en Emerging Market Debt. Deze toevoegingen bieden rendementen die, afhankelijk van de dag en de stemming op de beurs, op het niveau van Italiaanse staatsobligaties liggen.

Maar, daarbij zijn mijn cliënten niet overgeleverd aan de geldpersen van de Europese Centrale Bank. Dat is het vijfde actiepunt op mijn meter van risicobeheer.

Put op de AEX

Daarbovenop dek ik nu al enige tijd de aandelenportefeuille neerwaarts af met een put op de AEX, een index die nota bene harder daalt dan de aandelen die ik in portefeuille heb, risicobeheer punt zes.

Waarom vertel ik dit voor een aantal van u misschien saaie verhaal? Dat doe ik om te laten zien dat beleggen nog steeds kan, zin heeft, en geld oplevert in de huidige omgeving die doorgaans als zeer risicovol wordt ervaren. Ik wil u duidelijk maken dat een traditionele beleggingsaanpak risicovol kan zijn.

Ook bij Fintessa moet ik voor mijn cliënten met risicoprofielen werken met een bepaalde verdeling tussen bij voorbeeld aandelen en obligaties.

Hier kan en moet mijns inziens, afhankelijk van en inspelend op veranderende marktomstandigheden en risico’s, op een actieve en niet starre manier mee om worden gegaan. In tegenstelling tot Van Marwijk durf ik wel te wisselen.

Ogenschijnlijk goedkoop

Neem bijvoorbeeld een portefeuille met een vaste verdeling van 60 procent obligaties en 40 procent aandelen en vul hem volledig in met ogenschijnlijk goedkope indexfondsen.

Dat levert naar mijn mening momenteel juist een zeer risicovolle portefeuille op, vol super laagrentende staatsobligaties (Duitsland, Nederland), super risicovolle bank- en staatsobligaties (namen zijn bekend) en een waaier van aandelen, waarvan een kwart banken en andere financials. Nee, dank je de koekoek!

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.

 

Tip de redactie