Nederland-Duitsland: een wedstrijd tussen twee modellen

In plaats van het werkvoetbal is Duitsland overgestapt op het Nederlandse totaalmodel. Nederland is hier juist van afgestapt en vertrouwt tegenwoordig op een catenaccio-tactiek.

Door Ruth van de Belt en Danijela Piljic

Deze tactiek helpt Nederland niet aan de overwinning. De Nederlandse coach moet ingrijpen.

Hoewel de recessie er in Duitsland hard inhakte, heeft de Duitse economie zich inmiddels hersteld. De Nederlandse economie bevindt zich echter alweer in recessie. Blijft Nederland achterstaan of kunnen we de wedstrijd winnen?

Een goed scorende aanval: 0-1

Duitsland wist economisch goed te scoren op vijandelijk terrein. De Nederlandse aanval deed het minder. Dit wordt veroorzaakt door een verschil in de samenstelling van het exportpakket en exportbestemming.

De Nederlandse export is gericht op het Europese achterland, terwijl het Duitse bedrijfsleven zich steeds meer richt op opkomende economieën die vooral kapitaalgoederen nodig hebben.

In Duitsland is het aandeel van kapitaalgoederen in de totale uitvoer veel groter dan in Nederland. De vraag naar deze goederen is conjunctuurgevoelig, waardoor het Duitse exportvolume tijdens de Grote Recessie sterk daalde, maar daarna ook weer snel toenam.

Solide defensie: 0-2

Op eigen terrein, de binnenlandse bestedingen, deed de Duitse economie het eveneens beter. Consumenten dragen in Nederland nauwelijks bij aan de groei, doordat het beschikbaar inkomen onder druk staat en de werkloosheid oploopt. Dit in tegenstelling tot Duitsland waar de werkloosheid daalt en de inkomensontwikkeling gunstig is.

Op vermogensgebied scoort Nederland eveneens slechter. Onze huizenprijzen dalen, terwijl de huizenprijzen in Duitsland stijgen. Verder zijn Nederlandse huishoudens door de inrichting van het Nederlandse pensioenstelsel (kapitaaldekking) gevoeliger voor beleggings- en renteschommelingen dan de Duitse die een omslagstelsel hebben.

Nederlandse producenten hebben eveneens weinig redenen om te investeren. De productie ligt zes procent onder het ni¬veau van voor de Grote Recessie, waardoor de bezettingsgraad nog altijd onder het langjarig gemiddelde ligt. Terwijl in Duitsland de productie alweer sinds 2011 boven het niveau van voor de crisis ligt en de bezettingsgraad terug is op het langjarig gemiddelde.

Beide coaches moeten in 2013 hun begrotingssaldo hebben teruggebracht tot minder dan 3 procent van het BBP. Duitsland ligt goed op schema, voor Nederland is dit de vraag is. Het op orde brengen van de overheidsfinanciën heeft voor beide coaches een hogere prioriteit dan het motiveren van het team.

Op lange termijn staan beiden echter voor gelijke problemen. Door de vergrijzing komt de potentiële groei onder druk te staan en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën mogelijk in gevaar.

Hoe eindigt de wedstrijd?

Economisch gezien staan we momenteel achter. De Duitsers spelen totaalvoetbal; alle onderdelen van de economie dragen bij aan de groei.

De Nederlandse aanval is minder trefzeker, waardoor we moeten terugvallen op onze verdediging. Deze heeft echter te kampen met niet fitte spelers.

Toch is de wedstrijd nog niet gespeeld. In zowel het voetbal als de economie geldt dat prestaties niet verbeteren als je teveel bij het oude laat.

De oplossing voor de Nederlandse coach ligt dan ook voor de hand; er moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd.

Ruth van de Belt en Danijela Piljic zijn econoom bij Rabobank

Dit is een verkorte versie van een opiniebijdrage op Mejudice.nl

Tip de redactie