Pot verteren

De Eerste Kamer stelt voor het eerst in haar geschiedenis een parlementair onderzoek in naar de gang van zaken en de gevolgen van de diverse privatiseringen en verzelfstandigingen die in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer, in samenwerking met Belegger.nl

Hoewel retrospectie nooit verkeerd is, lijkt het mij toch mosterd na de maaltijd. Zoveel valt er niet meer te privatiseren. Bovendien zullen er conclusies uit voortkomen die zich mijns inziens eenvoudig laten trekken.

In de jaren tachtig werd onder invloed van de Washington Consensus ook in Nederland een begin gemaakt met het verzelfstandigen van ondernemingen en overheidsdiensten. De officiële lezing achter deze liberale tendens was het idee dat de rol van de markt in de economie moest worden uitgebreid en die van de overheid juist teruggebracht.

Verkiezingen

Helaas gaat naar mijn mening in Nederland de politieke visie veelal niet verder dan de volgende verkiezingen.

Daarom zijn ook in dit geval de werkelijke beweegredenen volgens mij wat platvloerser; in plaats van het creëren van spaarpotjes voor mindere tijden, wilde men gewoon cashen of laten zien dat er op overheidsniveau in de kosten gesneden kon worden. In het gevlei komen bij het electoraat dus.

Met wisselend succes werden overheidsdiensten als het UWV en woningcorporaties verzelfstandigd en ondernemingen als PTT, NS en energieleveranciers geprivatiseerd.

En wat te denken van de privatisering van de zorg of alle andere overheidsdiensten die ‘op afstand zijn gezet’? Efficiëntie, concurrentie, innovatie, lagere kosten, de bomen vol voordelen zouden tot in de hemel kunnen groeien.

Rol

Zonder heel negatief over te willen komen is het voor mij erg lastig te bevatten welke rol de politiek in een aantal van deze gevallen voor de markt überhaupt in gedachten had. Door gedwongen winkelnering en gebrek aan alternatieven heeft het de Nederlandse belastingbetaler veelal weinig gebracht.

Het invullen van de marktwerking leek vooral beperkt tot het creëren van waarde voor de (nieuwe) aandeelhouders. Laat ik mij hier beperken tot een tweetal voorbeelden.

Natuurlijk, het doorbreken van het monopolie op telefonie heeft voor een breed scala aan aanbieders gezorgd. Dat zou echter ook wel gebeurd zijn als het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie nog onder de vleugels van de Nederlandse overheid had gezeten.

En of de internationale expansiedrift van het in 1998 afgesplitste TPG nu de beoogde efficiënte en kostenreducties heeft gebracht waag ik ook te betwijfelen. Het aantal banen is wel fors lager geworden.

De Nederlandse postmarkt mag dan wel enigszins geliberaliseerd zijn, de ons omringende landen hebben op de eigen markt maar zeer mondjesmaat andere aanbieders toegestaan.

NS

Een ander in het oog springend voorbeeld is de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. De NS maakt gebruik van het Nederlandse spoorwegnet, dat door ProRail wordt beheerd. Daarnaast is er nog het onderdeel NedTrain, verantwoordelijk voor het onderhoud van treinstellen. De staat is nog steeds enig aandeelhouder, maar de verzelfstandigde organisatie kreeg wel een winstdoelstelling.

Vervoersdiensten op het spoor zouden niet alleen winstgevend moeten worden, er zou ook concurrentie mogelijk moeten zijn. Andersom zou er eveneens over de landsgrenzen heen gekeken kunnen worden. Diverse bedrijfsonderdelen kregen daarom Engelse namen; refurbishment and overhaul in plaats van renovatie en revisie bijvoorbeeld.

Al dat privatiseren en verzelfstandigen heeft echter weinig zin als er überhaupt weinig nieuwe toetreders verwacht kunnen worden. Een aantal zaken kan beter door een overheid gereguleerd blijven, terwijl dan de markt even goed haar werk kan doen.

Het voeren van een onderneming gaat immers verder dan het onderling sturen van facturen voor vergaderruimten, koffie en uren van onderlinge diensten.

Waar wel de marktwerking voor gold, zijn de salarissen voor de top. De nieuwe winstverantwoordelijken hadden recht op een marktconform en ver boven modaal salaris. Dat is op zich niet erg, mits er maar gekwalificeerde mensen op de juiste plaatsen zitten.

Persoonlijke netwerken

Nu is het in veel gevallen echter zo dat in overheidsgerelateerde en dan wel met gemeenschapsgeld gefinancierde ondernemingen op sleutelposities politieke benoemingen worden gedaan. Persoonlijke relaties en politieke netwerken wegen vaak zwaarder dan capaciteiten.

Dat dat vaak hele dure en verstrekkende consequenties kan hebben, is inmiddels genoegzaam bekend. Denk alleen maar Vestia, de torenhoge kosten van de verbouwing van het hoofdkantoor van UWV en de volledig uit de hand gelopen verbouwing van de SS Rotterdam. De mogelijke efficiencyvoordelen kunnen niet tegen het grote pot verteren op.

Er zijn maar heel weinig echte ondernemingen die daar ongestraft mee wegkomen. De banken staan dan, terecht, direct aan de poorten te rammelen. Echt private ondernemingen kunnen zich dan veelal bij de curator vervoegen. Zoals ik mijn column al begon; voor dergelijke gevolgtrekkingen heb ik geen parlementair onderzoek, dat ook weer veel geld kost, nodig…

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.

Tip de redactie