Amerikaanse bedrijfsidealen kunnen leiden tot economisch wangedrag. Kijk naar Duitsland, betoogt Willem Verbeke van de Erasmus School of Economics.

Dertig jaar geleden noemden Robert Hayes en William Abernathy in hun artikel Managing our way to economic decline managers van ondernemingen onverbloemd 'pseudoprofessionals'. Die beschouwen hun ondernemingen als banken die vooral de korte termijn financiële belangen van aandeelhouders behartigen.

Ze houden zich volgens Hayes en Abernathy bezig met het verzamelen van een zo breed mogelijke portfolio van ondernemingen en niet met het door ontwikkelen van hun kerncompetenties. Ze richten zich weinig op het ontwikkelen van innovaties.

Economisch wangedrag

Dit ‘economisch wangedrag’ vindt zijn oorzaak in de Amerikaanse bedrijfsidealen. Managers zijn veelal MBA’s, met een grondige kennis van finance en vol narcistische dromen over persoonlijk succes, maar met weinig verstand van de kerncompetenties van de onderneming. Ze weten hoe andere bedrijven op te kopen of juist te verkopen, maar niet hoe de kerncompetenties van hun eigen onderneming uit te bouwen.

Vaak outsourcen ze daarbij ook nog productieprocessen van hun onderneming naar andere, goedkopere landen, waarmee het economisch ecosysteem (de ketens van bedrijven die elkaar toeleveren en zo elkaar versterken) is doorbroken. Een regelrecht economische zelfdestructie, en schrikbeeld van elke menig Amerikaanse en nu ook de Europese econoom.

Duitsland

Een land dat zich evenwel aan deze trend lijkt te onttrekken is Duitsland. Hoe komt dat?

De Duitse economie wordt vooral aangedreven door familiebedrijven en middelgrote ondernemingen. Dat zijn organisaties die niet worden gerund als banken, op zoek naar het snelle succes, maar op basis van kennis, van generatie op generatie overgedragen.

Daarmee vormen zij de ware exponent van de zo wijd gepropageerde kenniseconomie. Duitse managers hebben geleerd te weten wat ze doen en wat de essentie is van een kenniseconomie. Ze hebben vaak een lange leerschool van productie, verkoop en inkoop achter de rug, waardoor ze het bedrijf kennen als hun eigen broekzak.

Dat stelt ze in staat te focussen op hoogwaardige productontwikkeling in zorgvuldig geselecteerde niches om daar te proberen marktleider te worden en zo het maximale uit de onderneming te halen. Een langetermijnvisie is hier als het ware ingebouwd, men bereidt het bedrijf immers voortdurend voor op de opvolging.

Kennis blijft altijd binnen de onderneming behouden waardoor een natuurlijk ecosysteem ontstaat: Duitse ondernemingen, veelal van industriële aard, zijn elkaars toeleveranciers waardoor de productie in Duitsland blijft, wat goed is voor de werkgelegenheid, geld oplevert en de koopkracht bevordert. Er ontstaat zo een natuurlijk economisch ecosysteem.

Streven

Een economisch ecosysteem, zoals Duitsland dat geïnternaliseerd heeft, zal in onze contreien daarom niet een-twee-drie zijn op te zetten, maar we kunnen er wel naar streven, en gaan bouwen aan een nieuwe generatie mensen die met twee voeten stevig op de grond aan de slag gaat om tot zo’n ecosysteem te komen.

Met verstand van zaken en de motivatie om er eens flink tegenaan te gaan. Dat vraagt om doelgerichte acties. Om heroprichting van vakscholen bijvoorbeeld, naar het Duitse model, zodat we wat kunnen doen aan het tekort aan technisch geschoolde mensen in Nederland.

Stimulans

Eventueel ondersteund door financiële stimulansen voor een ieder die zo’n opleiding volgt. Vele mogelijkheden in deze richting zijn denkbaar.

De terugkeer naar de 40-urige werkweek zoals die kort geleden plots in de Haagse politiek weer opdook, hoort daar ook zeker bij. Werken doe je niet alleen omdat je het leuk moet vinden, maar ook omdat de economie simpelweg niet zonder kan.

Willem Verbeke is hoogleraar sales- en accountmanagement aan de Erasmus School of Economics