Nieuwe Lente, Groene Doorbraak?

Het Lenteakkoord mag dan sociaal-economisch een gering hervormingsgehalte hebben, qua duurzaamheid is het wel een trendbreuk.

Door Jan Rotmans

De belangrijkste duurzame doorbraak in het Lenteakkoord is dat onduurzaam gedrag wordt belast. In concreto wordt de fossiele energiesector, na decennialang fiscaal bevoordeeld te zijn, nu eindelijk aangepakt.

De invoering van een kolenbelasting, een hogere accijns op rode diesel en een belasting op leaseauto’s en op reiskostenvergoeding zijn daarvan voorbeelden. 

Fossiele energie

De in Den Haag zeer machtige lobbyisten van de fossiele energie hebben dit pleit verloren. Toch is deze wedstrijd nog lang niet gewonnen. Tijdenlang is fossiele energie op tal van manieren fiscaal gestimuleerd in Nederland, dat zit diep verankerd in ons fiscaal systeem. Vooral in de vorm van uiteenlopende investeringsvoordelen.

Wist u bijvoorbeeld dat de import van kolen voor een kolencentrale in Nederland belastingvrij is (terwijl u wel belasting moet betalen op de kolen voor uw barbecue)? En dat u de echte aanpassingen in de infrastructuur voor de nieuwe kolencentrales zelf moet betalen en niet de fossiele energieproducenten (wat kan oplopen tot 40-50 euro per jaar).

En dat u opdraait voor de milieu- en gezondheidsschade van een paar miljard euro die een nieuwe kolencentrale veroorzaakt? En zo zijn er nog veel meer voorbeelden van fossiele weeffouten in ons fiscale stelsel.

Op de schop

Dit oude stelsel, gericht op het in stand houden van de fossiele sector, zal radicaal op de schop moeten. In dit licht bezien is het vreemd dat we de fossiele fiscale trein nu pas enigszins afremmen, laat staan tot stilstand brengen.

Nederland was in de jaren 90 van de vorige eeuw, één van de eersten in Europa die begonnen met het vergroenen van het belastingstelsel, daarna is dat gestagneerd en is Nederland ingehaald door andere landen, zoals Duitsland en Denemarken.

Nederland is laat, voor zonne-energie eigenlijk al te laat. BTW-verlaging van 19 procent naar 6 procent (of zelfs een subsidie van 12 procent) op de aanschaf van zonnepanelen scheelt al gauw honderden euro’s, maar is in feite niet meer nodig.

Booming

Zonnestroom is op dit moment al goedkoper dan fossiele stroom en de markt voor zonne-energie is in Nederland, na tientallen jaren van relatief geringe groei, inmiddels ‘booming’. Dat hoeft de overheid niet nog eens extra te stimuleren, dat had ze tien jaar geleden moeten doen, dat was een stuk effectiever geweest.

Hoe hoopvol ook deze fiscale vergroening is, de echte groene fiscale hefbomen worden nog niet gebruikt. Zoals werkelijke belasting op vervuilende productie, zodat producenten zelf opdraaien voor de maatschappelijke schade die zijn veroorzaken.

Consumptie

En een werkelijke verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op vervuilende consumptie, in de vorm van een vliegtax, vettax, vleestax en een gastax. Of het omgekeerde: dat de belasting op het collectief produceren van schone energie wordt afgeschaft, de zogenaamde salderingskwestie.

Maar laten we onze zegeningen tellen. De eerste fiscale stappen richting een groene economie zijn nu gezet. Maar de weg is nog lang en vol valkuilen. In marathon termen: de eerste 2 kilometers zijn nu afgelegd, nog 40 kilometer te gaan.

Jan Rotmans is hoogleraar op het gebied van duurzaamheid en transities en internationale autoriteit op dit gebied. Hij is friskijker, dwarsdenker, kantelaar en zeer actief twitteraar: Twitter.com/janrotmans

Tip de redactie