Wie zich er makkelijk vanaf wil maken, zegt dat de politiek nu eenmaal hard is. Keihard zelfs, harder dan het bedrijfsleven, volgens zogenaamde insiders. Wat een flauwekul.

Door Paul Verburgt 

Hardheid is een (nare) eigenschap van mensen, waar ze zich ook bevinden. Of je nou doorrijdt na een oud dametje te hebben aangereden of je collega zwart maakt bij de baas. Het is één pot nat. 

Je kunt je langdurig verdiepen in de motieven van iemands rotstreek - ijdelheid, hebzucht, angst, eerzucht - het maakt niet uit, een rotstreek blijft het.

En zo is het volkomen uit de lucht gegrepen om het veronderstelde gure klimaat in de politiek als reden, laat staan als excuus voor de streken van sommige politici te presenteren.

Rotstreek

De actie van Tofik Dibi om zich kandidaat te stellen voor het leiderschap van GroenLinks is zo’n streek. Hij kan dit proberen te verhullen met allerhande verhalen over democratie en zijn persoonlijke kwalificaties, feit is dat hij zijn naaste collega Jolande Sap een loer draaide door zich onverwacht te kandideren.

Sap was volkomen verrast en had een paar dagen nodig om van de dolksteek te herstellen. Haar start als partijleider was verre van vlekkeloos, maar zij (en de partij) zat sinds kort weer in de lift.

Het verhaal gaat dat ze heeft geprobeerd Dibi op andere gedachten te brengen. Sommigen spreken er schande van, ik niet. Ik vind het volkomen logisch. Los van de persoonlijke schade is er ook averij voor de partij: inmiddels staat GL op 4 zetels = min 6.

Dibi, die inhoudelijk steeds de lijn van Sap heeft gevolgd, heeft niet meer te melden dan dat hij anders is en daarom meer geschikt als partijleider. Zullen we dit voortaan weer gewoon eerzucht noemen? Dat maakt het gesprek wat eenvoudiger.

Loper

Sommigen, zoals de sollicitatiecommissie, kwalificeerde de kandidatuur van Dibi als een nummertje zelfoverschatting. Dat lijkt me een correcte analyse, maar irrelevant.

De partij zelf had de loper uitgelegd door in 2010 nog Dibi in de voordracht voor de kieslijst voor de Tweede Kamer te betitelen als een uitmuntend Kamerlid.

Ik vind Dibi een warhoofd die kickt op publiciteit, maar als een partij officieel iemand op het schild hijst, ben je twee jaar later niet opeens een oen.

De opgeluchte personeelsbeoordeling

We moeten vrezen dat de evaluatiecommissie destijds in de val is getrapt waar menige baas en personeelsmedewerker intrapt: de ‘opgeluchte personeelsbeoordeling’, overcomplimenteus omdat je verschrikkelijk blij bent dat je met een lastige medewerker een soort modus vivendi hebt gevonden.

We kennen in onze kring allemaal wel een paar voorbeelden. Ik moest zelf denken aan een nog jonge medewerker. Zit al jaren op dezelfde plek. Nieuwe collega’s lopen met hem weg. Hij ‘weet zoveel’. Ongevraagd hij wijst hen – een beetje broeierig - de weg in het doolhof van de afdeling en het bedrijf.

Hij kent alle regels van de organisatie, maar houdt zich er zelf niet aan, want hij weer ‘hoe de hazen lopen’. Hij is erg druk, maar waarmee is vaak onduidelijk. Zo is hij geregeld op gesprek bij andere afdelingen, maar ook buiten de deur. ‘Eigen initiatief, dat wil het bedrijf toch?’, dat toontje.

Mug

Al met al grossiert hij in achterstanden. Die mag de rest van de afdeling wegwerken, wat hij overigens volkomen normaal vindt. Hij concentreert zich liever op de in het oog lopende klusjes waardoor hij bij de directie over de vloer kan komen.

Maar hij komt ermee weg. Hij is namelijk ook charmant, vrolijk en kleurrijk.

Dat neemt niet weg dat hij met een zeker omzichtigheid wordt behandeld. Meneer is namelijk behoorlijk opvliegend en maakt van elke mug een olifant, als hem dat zo uitkomt. Moeilijke jeugd en zo.

Uitmuntend

Elke afdeling heeft wel zo’n medewerker. En de afdelingschef en personeelszaken? Die zijn zo opgelucht dat dit portret geen al te grote problemen (meer) geeft, dat ze hem bij elke personeelsbeoordeling overstelpen met complimenten, in de hoop dat hij zich een beetje blijft gedragen.

‘Goede collega, uitmuntende medewerker.’

Precies wat ik ook altijd al dacht, denkt hij.

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimalmanagement. Hij schreef de boeken Bazenbargoens en Heel Herkenbaar. Volg hem ook op twitter: paulminimal.