Interviews zijn steeds vaker ruzies. Deze agressieve stijl is niet de enige optie om iets uit mensen te krijgen.

Door Rob Wagenaar

De stijl van journalisten is momenteel een topic. Van het nieuws uit Innsbruck tot Rutger Castricum van Powned wordt gediscussieerd over de wijze waarop nieuws wordt vergaard. Ik zie - met toch wel stijgende verontwaardiging- het ogenschijnlijke verval van goede manieren.

Is dit nu hoogwaardige journalistiek? Of worden gewoon de handelswijzen van de heer Wilders overgenomen. Er zijn gelukkig uitzonderingen!

Ik ben een enthousiaste nieuwsvolger, weinig zal me ontgaan vanaf het ochtendprogramma met de dames Eva en Merel tot en met Pauw& Witteman. Af en toe wat Engelse zenders, de Belg heeft goed nieuws en natuurlijk mijn 2 dagbladen. Zondag kijk ik graag naar de praatprogramma’s. Het is natuurlijk geen nieuws dat het nieuws gemaakt wordt.

De keuze van redacties bepaalt erg veel. Vaak gaat men daar transparant mee om, het NRC bijvoorbeeld probeert regelmatig verantwoording af te leggen als het eens niet zo klopte.

Interviewstijl

Ik houd de media vol verantwoordelijk voor de keuze en de wijze waarop het nieuws wordt geleverd. De macht is enorm en daar moet men zich elke dag weer rekenschap van geven.

De laatste tijd stoor ik mij vooral aan het de wijze waarop geïnterviewd wordt. De steeds populairder wordende stijl die ik als intimiderend zou willen omschrijven, neemt hand over hand toe. Sven Kockelmann vind ik één van de eerste vertegenwoordigers van deze stijl.

Hij presenteerde jarenlang een ontbijtprogramma en maakte daar in mijn ogen een soort van interviewruzie met zijn gasten. “Anders krijg je er niets uit” zal ongetwijfeld zijn credo zijn. Tegenwoordig zien we in Nieuwsuur dezelfde stijl.

Twan Huys en Mariëlle Tweebeeke doen hun uiterste best om hun gasten het vuur aan de schenen te leggen. Vooral mevrouw Tweebeeke vind ik daarin vaak irritant. De noodzaak om toch vooral de achterkant van het gelijk te krijgen leidt tot een “aanvallen – verdedigen” gesprek waar ik vaak tenenkrommend naar kijk.

Je ziet de geïnterviewden krampachtig hun best doen om niet terug te meppen, om zich vooral niet te laten provoceren en geen uitspraken te doen waar ze niet voor waren gekomen.

Een spel

Een spel dus, dat beide partijen spelen en waarin een echt gesprek helemaal niet de bedoeling is. Ik vraag me dan af welk doel hiermee wordt gediend. Is het alleen mogelijk om via deze agressieve stijl iets uit mensen te krijgen? Levert Matthijs van Nieuwkerk de meeste nieuwswaarde door in DWDD de PVDA fractieleider in spé Martijn van Dam af te branden?

En dan heb ik het nog maar niet over technieken van Powned. Ik vrees dat de omgangsvormen die de PVV ons zo fraai voorleeft een deel van de journalistiek heeft bereikt. Hoezo, politici hebben een voorbeeldfunctie?

Het kan anders

De vraag is natuurlijk: kan het anders? Zeker: het kan anders. Ik interview ook met grote regelmaat mensen. Natuurlijk niet voor tv, maar ik wil ook de waarheid en hun echte meningen horen. Ik zou niets voor elkaar krijgen en ook meteen uit de opdracht gegooid worden als ik maar in de buurt van de door mij geschilderde stijl kwam.

Mijn voorbeeld nu is Eva Jinek. Wat een verademing! Zondag in haar programma om half tien en ook s’ochtends in het ontbijtprogramma.

Goed voorbereid, stevig in haar vraagstelling, zeker geen doetje, maar wel uit op een echt gesprek. En dat krijgt ze dan ook. En Merel Westrik: dat is de nieuwe ster! “Mark my words”

Rob Wagenaar is organisatieadviseur rob.wagenaar@wagenaarhoes.nl