Het voelde als een zegetocht toen ik mijn dorp binnenreed. Mijn benen verzuurd en mijn rug verkrampt, maar verdomd ik had het gehaald.

Door Paul Verburgt 

Vier uur over een afstand die ik normaal in een minuut of 50 afleg. Eerlijk gezegd zou het me niet verbaasd hebben als huilende buurtgenoten me met bloemen hadden ingehaald. Dankbaar voor mijn behouden thuiskomst.

Nederland lag plat. Dat gaat al jaren zo. Een (1) centimeter sneeuw en de boel loopt vast. Laat staan als het zes (6) centimeter is. We hebben het over afgelopen vrijdag, de eerste winterse dag van dit seizoen.

Later zag ik op tv hoe treinreizigers als een zwerm spreeuwen van perron naar perron jaagden, begeleid door panikerende stationschefs. Beelden van gekantelde vrachtwagens, verdronken auto’s en machteloze zoutstrooiers.

Als een legioen strijders waren wij automobilisten van de ene naar de andere stad getrokken. Dapper, beheerst en steeds de ander royaal de ruimte biedend om zijn stalen ros in het gareel te houden.

De radio hield ons nauwgezet op de hoogte van de toestand in het verkeer. Ook het luchtverkeer. ‘We hebben te maken met een verminderde capaciteit’ aldus een woordvoerster van Schiphol, bazenbargoens voor ‘de hele tent staat stil’.

Sneeuwdammen

De helden ter land en (niet) in de lucht werden opgeroepen te bellen om verslag te doen van hun belevenissen en – ‘graag zelfs’ - van de door hen opgedane nieuwe inzichten. ‘Ik raad mijn collega-weggebruikers aan niet van weghelft te veranderen, want daarmee rijden ze de sneeuwdammetjes kapot en dat leidt tot extra gladheid!’. Aldus een medestrijder op de weg.

Kapotte sneeuwdammen, hier is echt wat aan de hand, mompelde ik. Sneeuwdammen. Was dat een nieuwe voorziening van Rijkswaterstaat, een soort oervangrails, razendsnel aangebracht door nijvere ambtenaren? Of moesten we spreken van een geheel nieuw natuurverschijnsel? Spontane damvorming als gevolg van een uniek samenspel tussen auto, sneeuwval en zout?

Leiders

Hou toch op met piekeren, sprak ik mezelf streng toe. Er moet gehandeld worden. Nu! Het is tijd voor leiderschap. Wat zouden de mannen en vrouwen die boven ons gesteld zijn, in dit uur van nationale nood met ons voor hebben.

En zouden ze wellicht een beroep op ons doen, om schouder aan schouder treinstellen los te trekken, spoorwegovergangen te bewaken en het rijkswegennet schoonvegen? Een voor allen, allen voor een!

Als een dolle switchte ik van zender naar zender. Niks, geen autoriteit te horen. O wacht, een meneer van de NS. Die bleek dan wel niet tevreden te zijn, maar desalniettemin voldaan dat het allemaal nog zo goed verliep.

Het kan nog veel erger, zo deelde hij het land impliciet mee. Aha, dat is de taal van een leider.

Die geeft morgen de schuld aan Prorail, taxeerde ik, want ik ben dan zelf wel geen leider, maar ik weet heel goed hoe ze denken. Achteraf zeg ik dat ik bescheidener had moeten zijn: het zwarte pieten begon nog voor het zaterdag was.

Weerhuismannetje

‘We hebben zo contact met de woordvoerder verkeer van de VVD, Charlie Aptroot. Momentje luisteraars.‘

Aptroot! Natuurlijk Aptroot. Die heeft geheid zelf gebeld. Aptroot is als het mannetje in het weerhuisje: hij komt naar buiten zodra het sneeuwt. Alleen, dit weerhuismannetje praat en hoe! Gelijkhebberig en populistisch.

‘De top van de NS en ProRail ontslaan, mevrouw, ik heb het al zo vaak gezegd. En verder moeten we het niet meer hebben over de Nederlandse Spoorwegen, maar over de Nederlandse Spoorweg. Dat maakt de zaak aanzienlijk overzichtelijker en eenvoudiger te managen.’

Ik galmde mijn imitatie door de auto, want zoals gezegd, ik ben dan zelf geen leider, maar ik kan ze heel goed nadoen. Maar ook nu weer had ik bescheidener moeten zijn. Charley Aptroot was voor zijn doen zeer genuanceerd. Na wat standaardketelmuziek deelde hij mee dat hij de minister vragen ging stellen.

Partijkast

Vragen? Ja, vragen. De minister? Ja, de minister. Zijn minister, van zijn partij. Voorzichtigheid is de moeder van de partijkast. Sneeuwblind als het beter uitkomt.

Maar zelfs die vragen zijn niet meer nodig. Op vrijdagavond nog deelde de minster, terwijl de perrons nog volstonden met ontheemde reizigers, mee dat ze adviseurs uit het buitenland ging vragen om eens mee te kijken naar de problemen van ons treinverkeer. ‘Uit Zwitserland bijvoorbeeld, want daar sneeuwt het ook.’

En ze gaat de bazen van de NS en ProRail op het matje roepen. Komt goed, mensen, komt goed.

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimalmanagement (www.minimalmanagement.nl). Hij schreef de boeken Bazenbargoens en Heel Herkenbaar. Volg hem ook op twitter: paulminimal.