Het bijbetalen voor een zakenauto kan eenvoudiger en rechtvaardiger. Belast gewoon het bedrag dat de auto daadwerkelijk heeft gekost, of op dit moment zou opbrengen.

Door Arjan Thomassen

Het zal u niet verbazen dat de auto door de Nederlandse Staat als de fiscale melkkoe wordt gezien.

De autogerelateerde belastingopbrengsten komen onder andere uit heffingen als motorrijtuigenbelasting, belasting op personenauto´s en motorrijwielen (bpm), omzetbelasting en accijnzen op brandstoffen. Daarnaast komt, vanwege het privégebruik van de auto van de zaak, een substantieel deel uit de inkomsten- en loonbelasting.

Er zijn in Nederland ongeveer 1,2 miljoen auto´s die door werknemers en ondernemers worden gereden en waarvan de totale kosten ten laste van de winst worden gebracht. Wordt in een dergelijke auto op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé gereden, dan zijn alle kosten aftrekbaar.

Waarde

Wordt meer dan 500 kilometer privé gereden, dan zal er een correctie voor het privégebruik plaats moeten vinden. Voor de correctie voor het privégebruik wordt uitgegaan van de oorspronkelijk voor Nederland geldende cataloguswaarde van de auto, dat wil zeggen: de nieuwprijs inclusief de ´af fabriek´ geleverde extra´s en inclusief omzetbelasting en bpm.

In geen geval mag rekening gehouden worden met een eventuele prijskorting. Dus, bent u een goede koopman en weet u een aardige korting te bedingen, dan nog zult u voor de correctie moeten uitgaan van het volledige bedrag.

Duitsland

Ook als u voor een buitenlands bedrijf werkzaam bent en in een auto met buitenlands kenteken rijdt, zult u moeten uitgaan van de Nederlandse catalogusprijs. Spijtig, omdat de cataloguswaarde in Duitsland van bijvoorbeeld een Mercedes C 180cdi 32.481 euro bedraagt en in Nederland hetzelfde model maar liefst 36.591 euro moet opbrengen.

De Nederlandse catalogusprijs, inclusief de ‘af fabriek’ geleverde opties, is dus heilig. En omdat de bijtelling in het slechtste geval 25 procent van de cataloguswaarde bedraagt, tracht men deze te minimaliseren door de opties aan te laten brengen door de importeur of dealer. Dit kan al snel een aanzienlijke besparing opleveren.

Moeilijk

Waarom maken we het ons allemaal zo moeilijk? Waarom kunnen we niet tot een eenvoudiger bepaling van de correctie voor het privégebruik komen? De oplossing is wat mij betreft helemaal niet zo ingewikkeld.

Kijk maar naar de regels voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar en een afwijkende bepaling voor de correctie van het privégebruik kennen. Daarbij wordt namelijk uitgegaan van de waarde in het economische verkeer.

Dus als ik een 20 jaar oude Mercedes (met een oorspronkelijke cataloguswaarde van 50.000 gulden (22.700 euro)) koop voor 15.000 euro, dan bedraagt de bijtelling 5.250 euro (35 procent van 15.000 euro).

Is het een wat exclusiever model, waardoor de waarde in het economisch verkeer hoger ligt dan de oorspronkelijke cataloguswaarde en ik dus meer betaal, dan is de correctie hoger. Wat mij betreft voeren we deze correctiemethode dus voor alle personenauto’s in.

Naar mijn mening veel rechtvaardiger, je krijgt immers de bijtelling over het bedrag dat de auto je ook daadwerkelijk heeft gekost (dan wel zou opbrengen). Daarmee komt ook direct een einde aan het geneuzel om de kosten ‘af fabriek’ te drukken.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij Accredo Belastingadviseurs BV te Eindhoven en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. Volg hem ook op Twitter.com/athomassen60.