Deze week zijn de mondiale klimaatonderhandelingen begonnen in het Zuid-Afrikaanse Durban. Dit is alweer de 17e onderhandelingsronde van de afgelopen 17 jaar.

Door Jan Rotmans

De verwachtingen voor deze klimaattop zijn bijzonder laag en ook wel terecht. China en India hebben reeds aangegeven geen bindende afspraken te willen maken over de reductie van CO2-uitstoot.

Hebben dergelijke mega-conferenties over klimaat eigenlijk nog wel zin? Ja en nee. Ja, omdat de wereld met elkaar in gesprek moet blijven over klimaatverandering en de urgentie moet blijven agenderen op de mondiale politieke agenda. Er is geen enkel ander mondiaal gremium dan de Verenigde Naties waar het klimaatvraagstuk kan worden geagendeerd.

Concrete afspraken

Tegelijkertijd is het vrijwel onmogelijk om bij dit soort onderhandelingen tot concrete afspraken te komen om het klimaatprobleem daadwerkelijk aan te pakken.

Dat heeft te maken met de aard van het politieke onderhandelingsproces zelf (VN-besluitvorming op basis van het unanimiteitsprincipe), met ingebouwde weerstanden (bescherming van gevestigde fossiele energiebelangen: 95 procent van landen aan tafel is afhankelijk van fossiele brandstoffen), met de permanente controverse tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen en met het gebrek aan politieke urgentie.

Om de financieel-economische crisis te bestrijden is al 5000 miljard dollar in de wereldeconomie gepompt, voor het bestrijden van het klimaat is nog geen 70 miljard dollar toegezegd en dan pas vanaf 2020.

Onmachtig

In feite gaat het in Durban ook niet zozeer om het maken van harde klimaatafspraken, daarvoor is de politiek onmachtig. Het gaat veeleer om het opnieuw zichtbaar maken van de wereldwijde duurzaamheidsbeweging die van onderop is ontstaan.

Deze beweging, die zich in Kopenhagen reeds nadrukkelijk roerde, is geworteld in tal van uiteenlopende initiatieven: coalities van maatschappelijke organisaties, lokale gemeenschappen, steden en bedrijven. Deze beweging vormt een krachtige onderstroom die steeds invloedrijker wordt.

Deze mondiale duurzaamheidsbeweging toont aan dat de samenleving sneller wil en gaat dan de politiek aan kan. Vanuit een andere oriëntatie, een andere moraal die gebaseerd is op nieuwe waarden en nieuwe gedragscodes. Deze transitie naar een groene economie is reeds volop gaande voor wie goed kijkt. Bedrijven en consumenten zijn de voortrekkers van deze duurzaamheidstransitie.

Veel bedrijven zijn al volop bezig met het vergroenen van hun productieproces, vooral vanuit financieel-economische overwegingen. Wie zijn bedrijf niet verduurzaamt heeft in de nabije toekomst geen bestaansrecht meer.

Ander productieproces

Het gaat allang niet meer om maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het gaat om een radicaal ander productieproces, gericht op het sluiten van productieketens, met minimaal gebruik van natuurlijke hulpbronnen en zo veel mogelijk hergebruik van afval, energie en reststoffen.

Ook burgers en consumenten verenigen zich op innovatieve wijze. transition towns, eco-cities, occupy-beweging en lokale energiecoöperaties zijn daar voorbeelden van. Deze niches vormen de voorbode van een nieuwe macht waarin veel veranderkracht schuilt.

Durban biedt vooral een podium voor deze nieuwe macht van onderop, om zich in de volle breedte en diepte te manifesteren. En daarom heeft Durban toch zin, alleen op een heel andere manier dan eigenlijk de bedoeling was.

Jan Rotmans is hoogleraar op het gebied van duurzaamheid en transities en internationale autoriteit op dit gebied. Hij is friskijker, dwarsdenker, kantelaar en zeer actief twitteraar: Twitter.com/janrotmans.