Te dure externen bestaan niet

Het is hoog tijd voor een meer volwassen debat over de kosten van de inzet van externe krachten. Want in berichten over de kosten van het inhuren van externen staan soms merkwaardige rekensommen.

Door Linde Gonggrijp

Loonstrookjes hebben iets mysterieus. Ze zijn voor de ontvanger vaak onbegrijpelijk, maar naar verloop van tijd weet iedereen wél het vakje te vinden waar het allemaal om gaat: daar staat het bedrag dat netto is overgemaakt!

En ja, dat is heel wat minder dan dat bedrag ergens bovenin, waar het bruto salaris staat vermeld. Want dat is wat de arbeidsplaats uiteindelijk echt kost of toch niet……? Nee dus. Niet alle lasten die een werkgever moet maken om een arbeidsplaats te kunnen financieren staan er op.

Verhogen

Wie wil weten wat hij of zij echt kost doet er goed aan het brutobedrag van het loonstrookje nog eens met een procent of dertig te verhogen. Want er worden door de werkgever ook nog kosten gemaakt voor een fysieke- en een elektronische werkplek, sectorale heffingen, branche activiteiten en scholing.

Eigenlijk zou het goed zijn als dat bedrag toch ook ergens op de loonstrook zou worden vermeld. Dan krijgen mensen beter zicht op de daadwerkelijke kosten van hun dienstverband en dan krijgen we hopelijk ook een wat meer volwassen debat over de kosten van de inzet van externe krachten.

Dat is hoog nodig, want berichten over de inhuur van externen leiden vaak tot heel merkwaardige rekensommen die zouden moeten aantonen dat zzp ‘ers in vergelijking tot het zittende personeel een wel erg hoge uurvergoedingen vragen.

Voordeel

Oplettende afdelingen P&O of HRM weten al lang dat een zorgvuldige vergelijking van kosten vaak in het voordeel van de externe specialist uitvalt, nog afgezien van het feit dat het gevraagde uurtarief meestal niet doorslaggevend is bij het besluit om een tijdelijke externe aan te trekken. Het gaat dan om de expertise, de flexibiliteit, de frisse blik of het uitmuntende vakmanschap.

Daar hangt een (uur)prijs aan die de vergelijking met de echte kosten van zittend personeel goed aan kan. Wellicht ten overvloede: uurprijzen van externen zijn wat anders dan de uurlonen zoals die op de loonstrookjes van vaste werknemers figureren.

Een zzp-tarief is geen salaris. Appels en peren. dus die helaas veel te vaak met elkaar worden vergeleken, vooral op verjaardagsfeestjes, op sociale media en helaas ook bij sommige politieke partijen.

Verwarring

De verwarring over de externen wordt natuurlijk ook groter als er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het inzetten van uitzendkrachten en van zelfstandige specialisten. Dat zijn twee totaal verschillende groepen die soms gemakshalve over één kam worden geschoren.

We moeten – zoveel is wel duidelijk – nog steeds erg wennen aan het gegeven dat een steeds grotere groep mensen op een andere manier een inkomen verwerft dan als werknemer in een dienstverband.

Bedreigend

Dat wordt soms als bedreigend ervaren, bijvoorbeeld door mensen die vinden dat iedereen die een rol speelt bij de dienstverlening van de overheid of in de gezondheidszorg daar ook in vaste dienst zou moeten zijn. In andere sectoren, zoals de bouw en de ICT-sector, wordt er veel minder krampachtig omgegaan met nieuwe vormen van individueel ondernemerschap.

Ook daar zijn er wel debatten over wat er per uur voor in rekening mag en kan worden gebracht, maar daar geven vooral vakmanschap en kwaliteit de doorslag bij het inzetten van externen.

Het feit dát het gebeurt is al lang geen punt van discussie meer. En wie teveel vraagt wordt overgeslagen. Dan ben je pas echt te duur!

Linde Gonggrijp is directeur van FNV Zelfstandigen en lid van de Sociaal Economische Raad (SER). Volg haar ook op Twitter/LindeGonggrijp.

Tip de redactie