Het faillissement van management

Begin twintigste eeuw geleden bedachten Weber en Taylor de manager, een functionaris met als enige opdracht de werkvloer efficiënter en effectiever te laten werken. Honderd jaar later is dat gierend uit de hand gelopen.

Door Guido Thys

In elke organisatie wordt gewerkt door mensen die erg goed in hun werk zijn: professionals, die waarde creëren voor de klanten, medewerkers of aandeelhouders van de organisatie. Voor managers ligt dat iets anders.

Zeemeeuwmanagement

Ten eerste is een tweedeling ontstaan tussen doen en denken: de ‘werkvloer’ hoeft alleen maar uit te voeren wat het management bedenkt. Het opleidingspeil van de werkende bevolking is tegenwoordig vele malen hoger dan een eeuw geleden.

Een absurd gevolg van deze tweedeling is dat managers vrijwel nooit praktische ervaring hebben met de zaken waarover zij beslissen. Medewerkers zien het als zeemeeuwmanagement: krijsend komen aanvliegen, de boel onderschijten en weer met de noorderzon vertrekken.

Efficiëntie, efficiëntie, efficiëntie

Bovendien dienen de goedbedoelde managementinstrumenten steeds meer één enkel doel: een zo groot mogelijke opbrengst realiseren door alles weg te snijden wat daar niet rechtstreeks toe bijdraagt.

Hoewel iedereen doorheeft dat een blinde focus op efficiënte processen niet werkt, laten heel veel organisaties er nog steeds hun oren naar hangen. Je hoeft geen raketwetenschappen gestudeerd te hebben om in te zien dat de mix van feitelijke onwetendheid en steeds grotere bemoeienis al een potentieel dodelijke cocktail oplevert.

Alles vastleggen in structuren

Maar dat is niet alles. Tegenwoordig staat ‘management’ voor beheren en beheersen. Dat lukt alleen maar wanneer je zaken zo veel mogelijk vastlegt. Modellen en structuren zijn beheersbaar, vandaar het streven van managers om alles erin vast te leggen.

Maar deze stabiliteit is een illusie: bij de geringste verandering in de omgeving werkt het model niet meer en worden er workarounds aangedragen. Ja, op die manier draagt het dus niet bij tot datgene waar het allemaal om begonnen is: het vergroten van de efficiency van de organisatie.

Meer managers 

Het ergste is dat de ‘denklaag’ van managers en beleidsmedewerkers almaar uitdijt. De cijfers over de getalsterkte van de overheadlagen zijn onthutsend: 14 procent in de industrie, 25 procent bij hogescholen en universiteiten, 45 procent bij ministeries. Hoe luidde de uitdrukking ook weer? ‘Too many chiefs, not enough Indians.’
 
Het resultaat van dit alles is een onderwaardering van de professionaliteit en een overwaardering van management, nota bene een specialisme zonder professionaliteit. De strijd om wie de meeste invloed heeft op wat er in de organisatie gebeurt, wordt in toenemende mate in het voordeel van de managers beslist.
 
Kortom, het idee van management als bewaker van het grote doel, zoals de bedenkers Weber en Taylor voor ogen stond, faalt in de praktijk op grootse wijze. Al in 1992 schrijft Stanley Bing in zijn boek Crazy Bosses: ‘Today, American management has become the craziest and least effective in the world. Within one brief generation, this generation (…) enjoyed a dramatic collapse of its ability to manage in virtually all corners of civilization.’

Guido Thys is bedrijfsverloskundige en helpt organisaties waarde ter wereld te brengen. Deze week verschijnt zijn boek ‘Zombiebusiness’ bij uitgeverij Haystack. Hij deelt zijn meningen via twitter.com/GuidoThys en www.guidothys.nl.

Geen zin vandaag? Niet tevreden over je omzet? Laat je oppeppen door de auteurs van Uitgeverij Haystack in hun wekelijkse column #goedbezig!

Tip de redactie