Met enige regelmaat steekt ‘ie de kop op, de niet-verzuimbeloning. Dan pleit een directeur of vakbond er weer eens voor om medewerkers die een tijdje niet ziek zijn geweest, een beloning te geven.

Door Paul Verburgt

Geld om precies te zijn, soms wel 100 euro per maand. ‘Heel gebruikelijk in de rest van Europa’, zeggen mensen-van-de-wereld er wijsneuzig bij.

De redenering is dat mensen te gemakkelijk thuis blijven en dat ze met geld kunnen worden overgehaald naar hun werk te gaan. Sommigen verpakken hun motief fraaier en spreken over een beloning voor betoond arbeidsethos. Of over een aanwezigheidspremie of een continuïteitsbonus, nou ja, bedenk maar een mensvriendelijk begrip.

En het slaat aan. Ondernemingsraden vinden het vaak prachtig. Medewerkers ook.
Ik vind de niet-verzuimbonus verwerpelijk en waar ik ook kwam te werken, ik heb er altijd een einde aan gemaakt. Of het tegengehouden.

Spijbelen

Nou, nou, denkt u misschien. Wat een toon! Als de medewerkers het nou zelf een goed idee vinden? En er is toch een verzuimprobleem?

Dames en heren, ik kan het nog erger maken! Op maandagen zijn er veel meer ziekmeldingen dan op de andere dagen. Trek daar de sportblessures vanaf en dan nog heb je een substantieel hoger verzuim.

En zo zijn er wel meer dagen waarop men ‘strategisch verzuimt’. (De term is natuurlijk niet van mij, maar van de HR-discipline. Het is gewoon spijbelen.) Bazen, HR-mensen en vooral de collega’s van de spijbelaars ergeren zich dood aan dit kinderachtige gedrag. En terecht.

Boeman

De bestrijding van dit ongerief verloopt volgens een vast patroon. Na een tijd van negeren en zachte aandrang volgt een fase van controle en straf. De bedrijfsarts is de boeman, de chef de aanbrenger. Vervelend werk dat de sfeer op de afdeling verziekt, wat merkwaardigerwijze niet de spijbelaars, maar het management in rekening wordt gebracht.

Dat voert onvermijdelijk naar een periode van moedeloosheid en het bij tijd en wijle verkopen van een lel. Omdat dit nog minder werkt, begint men te roepen om ‘onconventionele’ maatregelen. En ja hoor, daar zijn we weer, de niet-verzuimbeloning.

Het werkt niet

Begin er niet aan. Het werkt niet. In het begin zie je even een lichte terugval in het zeer kortdurende verzuim, maar al snel zit men weer op het oude niveau. De hardcore spijbelaars hervatten hun routine, de rest deed dat al, maar nu met een ‘salarisverhoging’ van tientallen euro’s per maand.

Dan zal de niet-verzuimbonus wel te laag zijn, kunt u opperen. Kwestie van marktwerking. Nu vond ik de welhaast religieuze vervoering waarmee managers en personeelsmensen oreren over ‘het menselijk kapitaal’, al nooit zo overtuigend, het tegenovergestelde hoeft ook weer niet. Vergeet het geld. Terug naar de zaak zelf.

Wie spijbelt, moet aangepakt worden. Geen excuus, geen concessie. Ja, dat is vervelend werk en er is geen tovertruc waarmee je spijbelaars voor eens en voor altijd kunt laten verdwijnen. Dagelijks corvee dus. Had je maar geen manager moeten worden.

Kost het veel tijd? Welnee, een beetje manager kent zijn medewerkers en kan dus op zijn vingers natellen wie spijbelfähig is.

Onethisch

Al het andere korte verzuim is dus geen gespijbel, maar een serieus probleem. Dat kan een kwestie van fysiek zijn (migraine, ik noem maar wat), het kan een indicatie van sociaalpsychologische perikelen zijn (gedoe thuis, met collega’s, klanten of zelfs de manager).

Wie denkt dit soort problemen met een niet-verzuimpremie op te lossen, mist de clou. Erger, die is in hoge mate onethisch bezig.

En wie vindt dat medewerkers voor hun aanwezigheid of inspanning beloond moet worden, moet hun salaris verhogen.

Klaar ermee. Zullen we er nooit meer over praten?

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimalmanagement. Hij schreef de boeken Bazenbargoens en Heel Herkenbaar. Volg hem ook op twitter: paulminimal.