Het probleem met integriteitsonderzoeken is vaak dat de direct betrokkenen terugschrikken voor het aankaarten van de problemen. Er wordt, meestal terecht, gevreesd voor de leidinggevende en de eigen positie.

We worden dezer dagen overspoeld met onderzoeken over bekende leidinggevenden. Nu zijn het vooral overheidsdienaren en politici, maar dat kan morgen weer anders zijn.

De kern: een onderzoek heeft aangetoond dat betreffende functionaris er een potje van heeft gemaakt. Vaak draait het om integriteit. En men staat op vertrekken. Zit er een lijn in dit soort bedrijfsongevallen? En is integriteit een absoluut begrip?

Non-actief

Ik ben eigenlijk wel blij met alweer een hoos van vertrekkende leidinggevenden omdat een "onderzoek heeft aangetoond dat", etc.. Blij, omdat naar buiten komt wat kennelijk niet goed zat. Blij, omdat non-actief pas volgt na een onderzoek: er is serieus naar gekeken.

Ook blij omdat een aangeklaagd iemand in een nader onderzoek volledig kan worden vrijgesproken. En dat gebeurt!

Natuurlijk, het is niet mooi als men onzorgvuldig met zijn functie en machtspositie omgaat en zijn of haar privileges misbruikt. Maar mensen zijn feilbaar en dan is het maar goed dat een en ander aan het licht komt. In die zin werkt onze maatschappij kennelijk goed.

Observaties

Die onderzoeken zijn echter voor de vakman weleens tenenkrommend. Een paar observaties.

De pers onderzoekt met regelmaat en komt dan met spectaculaire aantijgingen, en doet dat meteen in het openbaar. Helaas hebben wij in Nederland ook veel slechte ervaringen met de pers en dus kan een personderzoek hooguit als klokkenluider-signaal gelden.

Overigens is dan wel al veel kwaad aangericht en de persoon in kwestie aangeschoten wild. Een toezichthoudend orgaan is het aangewezen orgaan voor een dergelijk onderzoek; dat gebeurt ook regelmatig, maar daar horen we dan niet veel van. Men probeert het discreet te houden, ook om de organisatie niet te beschadigen.

Lastige opdracht

Externe bureaus worden ook voor deze onderzoeksrol gevraagd. Voor ons zijn dit zeer lastige opdrachten waarbij het uiterste aan zorgvuldigheid en professionaliteit wordt gevraagd.

Omdat het vooral over grote menselijke belangen gaat, staan alle partijen zeer scherp in zo’n onderzoek. Het vereist niet alleen professionaliteit maar ook een grote mate van integriteit van de onderzoeker.

Je krijgt even een machtspositie toegespeeld (jouw rapport gaat het allemaal vertellen) die veel vraagt van je ethisch handelen.

In een fameuze zaak van 15 jaar geleden ging het even mis toen 2 oud-politici een opdracht aanvaarden voor het onderzoeken van het functioneren van personen en zich niet hielden aan de beroepsregels in deze. Hoor en wederhoor bijvoorbeeld en het informeren van betrokkenen.

Durf

Het probleem met integriteitsonderzoeken is vaak dat direct betrokkenen het aankaarten ervan niet aandurven. De leidinggevende is gevreesd en men is bang voor de eigen positie. Veelal terecht. En dus moeten er klokkenluiders zijn in de vorm van de OR, de pers, andere externe stakeholders.

De ervaring leert ook dat er al lang veel mis was in dit soort gevallen en dat tenslotte een overduidelijke aanleiding de aanleiding voor een onderzoek is.

Van Ien Dales is de beroemd geworden uitspraak: “een beetje integer bestaat niet”. Het is kennelijk van alle tijden dat het weleens mis gaat.

Maar flagrante schendingen van integriteit volgen vaak op een lange periode waarin de integriteit beetje bij beetje het onderspit delft. Waakzaam zijn dus op mensen die een beetje integer zijn!

Rob Wagenaar is organisatieadviseur. E-mail: rob.wagenaar@wagenaarhoes.nl. Met medewerking van Ida Wildeboer.