Dinsdag heeft het Openbaar Ministerie hoge straffen geëist tegen de hoofdverdachten in de grootschalige vastgoedfraude bij Bouwfonds. 4 jaar wordt er geëist tegen de voormalige (vice)bestuursvoorzitter van het Bouwfonds.

Wie het Bouwfonds debacle heeft gevolgd, al dan niet vanuit de hoop dat de betrokkenen fors zullen moeten boeten voor hun vermeende criminele activiteiten, zal het verbaasd hebben dat Cees Hakstege maar liefst ruim tien jaar als hoogste baas de scepter heeft gezwaaid over Bouwfonds.

(Was er 10 jaar geleden niet ook een frauderende bestuursvoorzitter met dezelfde initialen, ah u herinnert het zich weer!)

En als de hebzucht van de heren iets bescheidener was geweest, dan had hij er waarschijnlijk veel langer gezeten. Verbazingwekkend, omdat de meeste bestuursvoorzitters het gemiddeld maar zo’n kleine drie jaar volhouden en daarna door aandeelhouders of commissarissen worden weggestemd.

Familiebedrijf

In het familiebedrijf, waar eigendom en zeggenschap binnen de familie ligt, zit de directeur-eigenaar langer op de directiestoel. Gemiddeld 22 jaar om precies te zijn. Bij agrarische bedrijven is dit zelfs gemiddeld 28 jaar. Maar ook daar breekt een moment aan dat het stokje overgedragen moet worden.

Bedrijfsopvolging noemen we dat, op dit moment een hot item omdat er in Nederland zo’n 194.000 familiebedrijven zijn die vroeg of laat daarmee te maken zullen krijgen. Veel directeur-eigenaren schuiven dit vraagstuk steeds maar voor zich uit. Vanuit fiscaal oogpunt is dat hoogst onverstandig, omdat het opzetten van een goede ondernemingsstructuur, om de overdracht zonder al te veel belastingheffing te laten verlopen, al snel een jaar of zes in beslag neemt.

Opvolger

Het maken van de keuze voor een bedrijfsopvolger, of het achterwege laten daarvan, is een veelvoorkomend argument om het opvolgingsvraagstuk uit te stellen. Enerzijds omdat het als een vanzelfsprekendheid wordt verondersteld dat de kinderen vader gaan opvolgen. Maar willen, en vaak nog belangrijker, kunnen die kinderen dat wel? In de praktijk twee zaken die niet tijdig bespreekbaar gemaakt en onderkend worden.

Anderzijds omdat overdracht aan een van de kinderen zou kunnen leiden tot een voorkeursbehandeling ten koste van de anderen. Vader zal de opvolger het vel niet over de oren willen trekken, maar wil zijn andere kinderen natuurlijk ook niet tekort doen.

Fiscus

Gelukkig staat de fiscus als grensrechter naast dit speelveld om er op toe te zien dat de overdracht ten minste tegen de fiscale waarde gaat. Maar ja, vraag tien accountants maar eens wat uw bedrijf waard is, dan krijgt u tien verschillende antwoorden.

En u weet: de waarde kan lager zijn dan de prijs die er uiteindelijk door een buitenstaander voor betaald zou kunnen worden. Zie hier de winst voor de opvolger en het tekort van de overige kinderen.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij Accredo Belastingadviseurs BV te Eindhoven en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. olg hem ook op Twitter.