Nederland ketent zich voor de komende 50 jaar vast aan een centrale, fossiele energie-infrastructuur en is daarmee langzamerhand de enige in Europa.

Door Jan Rotmans

Nederland heeft gekozen voor een ‘business-as-usual’-strategie voor energie, gericht op stapsgewijze verandering van de energievoorziening. Dat is mede gevoed door twee recente, invloedrijke rapporten, van topteam energie en van het ministerie van ELI, die beide in dezelfde richting wijzen.

Die richting is een sterke, fossiele energiesector die slechts langzaam wordt omgebogen naar een duurzame energiesector. Nederland heeft de ambitie om gasrotonde te worden, de Rotterdamse haven wil CO2-hub worden, we bouwen nieuw kolencentrales en gascentrales en willen CO2 en gas onder de grond opslaan.

Dit lijkt economisch een verstandige keuze, per slot van rekening verdienen we er een hoop geld aan, maar dat is het juist niet. 

Verouderd

Nederland creëert een lock-in van een centrale, fossiele energie-infrastructuur voor de komende 50 jaar en is daarmee langzamerhand de enige in Europa.

Nederland zet in op een snel verouderende wijze van energie produceren die steeds minder rendement zal opleveren. Nederland beschikt over een sterke energiesector die de afgelopen 10 jaar door liberalisering, privatisering en internationalisering fundamenteel is veranderd.

De omvangrijke energiesector vertegenwoordigt circa 6 procent van het bruto binnenlands product, met een output van circa 36 miljard euro en 100.000 arbeidsjaren. Beschouwen we het innovatieve vermogen van de energiesector, dan ontstaat een heel ander beeld.

Voor het overgrote deel is de energiesector gebaseerd op het gebruik van fossiele brandstoffen, slechts 4 procent van de totale energie wordt duurzaam geproduceerd.

De organisatiegraad van de heterogene sector is laag, er is geen regie in de energieketen en de R&D-uitgaven zijn sterk teruggelopen.

Haaks

De keuzes van Nederland staan haaks op een snel groeiende mondiale ontwikkeling. Wereldwijd ontstaat een nieuwe economische ordening rondom schone energie, waar zo’n 250 miljard dollar in omgaat met een jaarlijkse groei van circa 30 procent.

Landen als China en de VS, maar ook Duitsland, Italië en Denemarken investeren tientallen miljarden dollars per jaar in schone energie. Nederland onderinvesteert in schone energie (niet meer dan 2 miljard per jaar) en dreigt af te haken bij de schone energie-economie.

Het economisch rendement (in termen van innovatie, werkgelegenheid en economische structuur) van investeringen in duurzame energie is zo’n 5 keer hoger dan in fossiele energie. Een kolencentrale verschaft structurele werkgelegenheid aan 300 mensen, een windmolenpark aan 3000 mensen.

Als Nederland dus in economisch opzicht meer wil profiteren van de energiesector, moet Nederland snel en grootschalig investeren in duurzame energie. Dat levert de meeste economische groei en banen op en draagt bij aan de economische structuurversterking.

Ambitie

Om dit te realiseren is een nationaal energietransitieplan nodig vanuit een veel hoger ambitieniveau. Een plan met een snellere en radicalere overgang naar duurzame energie, juist ook omdat dat economisch een must is. Politiek en samenleving moeten gezamenlijk energie weer hoog op de kaart zetten, net als in andere Europese landen.

Forse investeringen in de ‘cleantech’ en in een slimme energie-infrastructuur zijn nodig om internationaal aan te kunnen haken. En een nationaal investeringsfonds om energiebesparing te kunnen financieren, samen met een grootschalige ‘energiebesparing is cool’ campagne.

De industrie, landbouw en transport sector moeten in veel sneller tempo verduurzamen, want die verbruiken zo’n 70 procent van de totale energie.

Duurzame

De nationale overheid kan hier sterker in sturen, door die overgang te faciliteren en duurzame energie nog (fiscaal) aantrekkelijker te maken. Dat levert substantiële werkgelegenheid op, een impuls voor duurzame innovatie en draagt bij aan de economische structuurversterking. 

Tegelijkertijd ligt een belangrijke sleutel in de gebouwde omgeving (verantwoordelijk voor 40 procent van de CO2-uitstoot).

Als we de hele woningvoorraad verduurzamen, levert dat circa 50.000 banen per jaar op, kwaliteits- en comfortverbetering van de woningen, waardevermeerdering van het vastgoed, veel vermeden CO2-uitstoot en een innovatieve impuls voor de bouwsector.

Het duurzaam transformeren van alle woningen, scholen en kantoorgebouwen kan hét vehikel worden om de transitie naar een decentrale, duurzame energievoorziening te versnellen.

Jan Rotmans is hoogleraar op het gebied van duurzaamheid en transities en internationale autoriteit op dit gebied. Hij is friskijker, dwarsdenker, kantelaar en zeer actief twitteraar: twitter.com/janrotmans.