Een helderziende die vindt dat niet hij maar God zijn werk doet, is toch echt zelf de ondernemer, zo oordeelde de belastingrechter onlangs in een opmerkelijke uitspraak. 

Door Arjan Thomassen

Onze inkomstenbelasting onderscheidt verschillende bronnen van inkomsten, waarvan inkomsten uit arbeid, resultaat uit overige werkzaamheid en winst uit onderneming wel de meest voorkomende zijn.

Van winst uit onderneming is sprake als er, en nu komt er een mooie volzin, een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid bestaat die gericht is op deelname aan het economische verkeer waarbij voordeel wordt beoogd maar tevens voordeel kan worden verwacht.

Verwacht

Als ondernemer kunt u immers wel voordeel willen behalen (subjectief) maar bij discussie met de fiscus zal ook beoordeeld worden of dit voordeel redelijkerwijs ook kan worden verwacht (objectief). Er zijn procedures te over waarbij iemand het ondernemerschap claimt, maar de deksel bij de rechter op de neus krijgt omdat er -objectief beoordeeld- nimmer een voordeel verwacht kon worden.

Vaak gaat het dan om uit de hand gelopen verliesgevende hobby’s waarbij de persoon in kwestie het verlies graag ten laste van zijn inkomen wil brengen. Denk aan de huisarts die jarenlang in zijn vrije tijd bootjes bouwde voor de verkoop, veel kosten maakte maar na verloop van jaren geen enkele boot aan de man wist te brengen. Geen onderneming voor die activiteit dus!

Spiritueel

Discussies over wie nu de ondernemer is, komen niet veel voor. Dat is vaak overduidelijk. Onlangs moest echter de fiscale rechter een oordeel vellen over de volgende casus. Meneer X hield zich sinds 2004 bezig met het helpen genezen van mensen op een geestelijke en spirituele manier.

Door de ‘patiënt’ enkel diep in de ogen te kijken, kon hij bepalen welke lichamelijke en geestelijke klachten deze had of zou krijgen. Hij zag zijn werkzaamheden als een taak die God hem opgedragen had en vond dat zijn ‘patiënten’ niet door hém werden genezen, maar dat God dit deed door hem.

Hij was meer te beschouwen als een intermediair van God. Hij ontving zijn ‘patiënten’ in een door hem gehuurd kantoorpand en vroeg hen om een vrijwillige bijdrage.

Terecht

De zaken gingen goed: in 2004 bedroeg zijn omzet 18.935 euro, in 2005 56.240 euro en in 2006 zelfs 60.962 euro. De inspecteur en de belastingrechter concludeerden dan ook terecht dat onze helderziende als ondernemer aangemerkt kon worden. Immers, er was sprake van deelname aan het economische verkeer en het voordeel werd beoogd en kon bovenal ook worden verwacht.

Aan alle ingrediënten voor het ondernemerschap werd dus voldaan. De omstandigheid dat Meneer X heeft verklaard dat hij niet zelf heeft gehandeld, maar dat God door hem handelt, was geen argument om hem het ondernemerschap te ontzeggen en dit aan God toe te kennen.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij Accredo Belastingadviseurs BV te Eindhoven en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. olg hem ook op Twitter.com/athomassen60.