Overheidstekorten lopen op. Bezuinigingen en belastingverhogingen zijn onvermijdelijk. In veel landen wordt overwogen om de belastingen voor de hogere inkomens te verhogen. Vaak is daar niet veel animo voor. Hoe komt dat?

Door Fred Huibers | HEK Value Funds

Er is een duidelijk verschil tussen landen als het gaat om de inkomensverdeling. Deze wordt doorgaans gemeten aan de hand van de Gini-coëfficiënt. De waarde 0 correspondeert hierbij met perfecte gelijkheid (iedereen hetzelfde inkomen) en 1 correspondeert met perfecte ongelijkheid (één persoon heeft al het inkomen en de rest heeft geen inkomen).

Volgens deze maatstaf is het inkomen het meest gelijkmatig verdeeld in de Scandinavische landen, Duitsland, België en Oostenrijk gevolgd door de overige Noord-Europese landen.

Een opmerkelijke uitzondering vormt het Verenigd Koninkrijk. Dat heeft een duidelijke schevere inkomensverdeling die meer lijkt op die van de Verenigde Staten. Canada is weer meer vergelijkbaar met de Noord-Europese landen.

Resultaat

De inkomensverdeling is het resultaat van jarenlange fiscale maatregelen die weer het gevolg zijn van politieke voorkeuren. Vaak wordt beweerd dat landen die een meer homogene bevolking hebben, een grotere voorkeur voor een meer gelijkmatige verdeling hebben.

Volgens onderzoek van Erzo F.P. Luttmer en Monica Singhal (Harvard en NBER) getiteld Culture, Context, and the Taste for Redistribution zouden mensen hun voorkeuren voor inkomensverdeling 'meenemen' als zij immigreren naar andere landen.

Als een land dat van huis uit een voorkeur voor een meer gelijkmatige inkomensverdeling heeft te maken krijgt een forse instroom van immigranten die daar anders over denken, zou dit uiteindelijk merkbaar zijn in een verandering in de feitelijke inkomensverdeling.

Wellicht een verklaring voor de toegenomen inkomensongelijkheid in veel Europese landen, waarbij het Verenigd Koninkrijk het meest in het oog springt.

Allerlaagste groep

Andere onderzoekers van NBER hebben recent nog een ander interessant aspect ontdekt over de voorkeuren die leven als het gaat om inkomensverdeling. Zij hebben vastgesteld dat lagere inkomensgroepen verrassend weinig enthousiasme tonen voor belastinghervormingen die een nivellerende effect zouden hebben.

Dat is vreemd omdat zulke maatregelen voor hen goed uitpakken. De verklaring voor deze observatie die de onderzoekers aanreiken is dat een aanzienlijk deel van de personen die een laag inkomen maar niet tot de laagstbetaalden behoren, absoluut het risico niet willen lopen dat zij door belastinghervormingen eindigen in de allerlaagste groep.

Liever weinig verdienen maar niet als laagste einidigen dan meer inkomen maar mogelijk wel onderaan de inkomensverdelingen moeten plaatsnemen, lijkt het devies.

Psychologische factoren

Psychologische experimenten waarbij mensen een stuk van hun inkomen kunnen afgeven aan een inkomensgroep boven of onder hen (zonder met zekerheid te weten wat anderen doen), bevestigen deze sterke aversie om het risico te lopen om als laagste te eindigen.

Dit zou kunnen verklaren dat er minder steun dan verwacht lijkt te zijn voor belastinghervormingen die nivellerend uitpakken. Weer een les voor economen en beleidsmakers: bij de keuzen die mensen (kiezers!) maken blijken psychologische factoren het te winnen van louter rationele factoren.

Fred Huibers is partner bij HEK Value Funds