Een tijdje geleden schreef ik op deze plaats over een nieuwe trend onder autoriteiten. Als ze een stommiteit hebben begaan, bieden ze geen excuses meer aan. In plaats daarvan roepen ze ons op samen de boel te vergeten, onder het motto ‘wat kunnen we hiervan leren?’

Deze analyse heeft de aandacht getrokken van de Nederlandse Vereniging van Middelbaar, Hoger en Nog Hoger Management. Of ik bereid zou zijn een concreet voorbeeld uit te werken, zodat de leden daarmee in de praktijk hun voordeel zouden kunnen doen.

Te vaak nog blijkt management de neiging te hebben excuses aan te bieden. Dat is niet alleen erg riskant, aldus het bestuur, maar ook niet meer van deze tijd.

Nu zult u denken dat ik dit onbehoorlijke voorstel resoluut heb afgewezen, maar dat is niet zo. De schoorsteen moet roken, om het besluit van de Gezinsraad van huize Verburgt, in voltallige vergadering bijeen, samen te vatten.

En roken gaat het, want mij is een promille van de aan de leden uitbetaalde afkoopsommen over 2011 in het vooruitzicht gesteld. U zult dit billijken, zo niet jaloers zijn.

Lachbui

Voorbeelden te over. Om een beetje bij u in de buurt te blijven pak ik de kritiek erbij die ik kreeg op mijn column over mijn padvinderstijd.

Ik beschrijf daarin hoe mijn overgang van de welpen naar de verkenners gepaard ging met mijn ontluikende adolescentie en veranderende belangstelling, eindigend in een gedwongen vertrek na een onstelpbare lachbui toen ik op een plechtig moment de Nederlandse vlag per ongeluk ondersteboven omhoog hees.

Een lichtvoetige, maar-niet-heus-zoektocht naar de bron van mijn afkeer van bazen en hun zwaarwichtig ceremonieel.

Maar zelfs lichtvoetigheid en zelfspot was een aantal scoutingautoriteiten te gortig. Minimaal moest ik wel iets tegen scouting hebben, was het oordeel van de een. Weer een lekker stereotiep beeld, zei een ander. Stom verhaal, vond een derde, die concludeerde dat ik een eikel was.

Aangezien ik met zekerheid weet dat de padvinderij naast akela’s en hopmannen niet de functie eikel kent, werd hier dus verwezen naar een hedendaags scheldwoord, wat de ernst van mijn falen scherp onderstreept, scherper dan welk inhoudelijk betoog had kunnen doen.

Moderne leidinggevende

Tijd dus voor het concrete voorbeeld waar de Nederlandse Vereniging van Middelbaar, Hoger en Nog Hoger Management mij om vroeg. Stel, zo zeg ik tot de leden van de vereniging, dat u mijn column had geschreven en u ontving zulke kritiek. Wat hoort u dan als moderne leidinggevende te doen?

Nee, u begint niet direct met de vraag ‘wat kunnen we hiervan leren?’. Dat is te doorzichtig en zou kunnen leiden tot nieuwe kritiek. U begint bij voorkeur met een relativering. Die zou in dit geval kunnen zijn, dat de beschreven gebeurtenis zich 48 jaar geleden voordeed. U staat dan sterk, want het is de waarheid. Dat kan in het begin van een verweer geen kwaad.

Glimlachen en fluiten

Aangezien relativeringen gemiddeld genomen niet aanslaan en naar we moeten aannemen bij de doelgroep in kwestie überhaupt niet, is het zaak om vervolgens enige irreële alternatieven voor het verweten gedrag op te werpen, in vragende vorm uiteraard.

Bijvoorbeeld: had u zich indertijd rekenschap moeten geven van een mogelijke kwetsing van gevoelens, zelfs een halve eeuw later, bij de erfopvolgers van de leidslieden van de toenmalige padvinderij?

Had u derhalve zelfs de minste opwelling van lachen moeten bedwingen en het pijnlijke incident moeten repareren door als de donder de vlag opnieuw te hijsen, nu met de kleuren in de goede volgorde? Zelfs als u daarmee een belangrijk artikel van de Padvinderswet had moeten schenden, inhoudende ‘een padvinder glimlacht (en fluit) onder alle moeilijkheden’? 

Helemaal sterk opereert u als u na lang aandringen aan de kracht van uw geheugen gaat twijfelen. We adviseren hier licht zweten en enige onhandig geformuleerde zinnen, waarbij de handen onrustig mogen bewegen.

U kunt dan bijvoorbeeld stamelen dat u bij nader inzien (´het is al zo lang geleden´) openhoudt dat het ook kan zijn dat u getuige bent geweest van het beschreven incident en dat u zich toen samen met de andere verkenners in niet mis te verstane bewoordingen hebt gekeerd tegen de padvinder die de oneer die hij de vlag aandeed slechts kon begeleiden met stom gehinnik.

U pakt nu door en toont uw grootheid en berusting door te zeggen dat het in het huidige communicatietijdperk echter niet te voorkomen valt (´al zou u dat graag willen´) dat anekdotes als de beschrevene in de media belanden, of ze nu de werkelijkheid representeren of niet. 

Waarschuwing

En dan komt de finale, het wat-kunnen-we-hiervan-leren-moment. Geen bescheidenheid meer, laat staan schuldbesef of berusting, maar een welhaast evangelische blijheid. U heeft het licht gezien en – naar u onbewezen aanneemt - de anderen ook.

Wat kunnen we van het akelige voorval leren, samen met elkaar om precies te zijn? Het gaat om de toekomst van ons en onze kinderen. Dat soort teksten. In de esoterische sfeer die aldus ontstaat, kunt u ongestraft vrijwel elk voornemen ter tafel brengen en het zal met instemming worden begroet.

In de onderhavige kwestie zou u kunnen voorstellen om voortaan columns te doen voorzien van een waarschuwing zoals met zoveel succes op tabakswaar is aangebracht: ´Deze column kan ernstige schade toebrengen aan uw mening´.

Dan houdt het vanzelf op.

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimalmanagement. Hij schreef de boeken Bazenbargoens en Heel Herkenbaar. Volg hem ook op twitter: Paulminimal.