Parmantige chefjes werken op de lachspieren. Dat was bij de padvinderij al zo, en in het werkende leven nog steeds.

Door Paul Verburgt

Of er misschien iets in mijn verleden was gebeurd waardoor ik zo′n hekel aan bazen en regels heb? Vraag van een lezer. Ik moest even nadenken en ja hoor, ik herinner me een vroege confrontatie met ‘het systeem’. Dames en heren amateur-psychologen: opgelet!

Ik was bij de padvinders. Of preciezer, ik moest van mijn ouders bij de padvinders, want ik was volgens hen een ‘huismus’. Ik las liever een boek dan dat ik buiten speelde. Dikke kans dat ik me tot een wereldvreemd type zou ontwikkelen, was de diagnose.

Welpen

Uniformpje aan, petje op en daar stond de nieuwste welp van de Stanleygroep in Den Haag. Aan lezen deden ze niet, op het Handboek voor de padvinder van aartsvader van alle scouts, Baden Powell, na. Het ging om praktische vaardigheden als knopen leggen, vlaggenseinen en onder water zwemmen.

Ik genoot. Met hetzelfde mengsel van ambitie en automatisme als later in mijn carrière besteeg ik de sporten van de hiërarchie in de ‘horde’: lid (van het rode nest), helper (1 ster), gids (2 sterren), alle insignes (12), medailles voor wandelmarsen, ik weet niet wat. Hoogtepunt was dat ik de totem van onze groep mocht dragen tijdens de landelijke Sint Jorisdag. Kortom, ik was een model-welp. Ik gehoorzaamde de akela alsof ik voor volgzaamheid geboren was.

Verkenners


Op een gegeven moment - ik was 11, 12 jaar – was ik te oud voor de welpen en moest ik naar de verkenners. Andere leeftijdsgroep, ander uniform. Ik was nog niet geïnstalleerd (zoals dat heette) of ik zag geen verkenners meer, maar oudere jongens verkleed als soldaat en oudere mannen verkleed als jongetje (hopman, oûbaas). Er golden tal van rituelen en codes die met sacrale zekerheid werden nagevolgd.

Wat bij de welpen spel was, bleek hier ernst. ‘Vlaggenroof’ was een echte strijd, bruggenbouw van boomstammen en dikke touwen een heilige opdracht. Het leiderschap was eenhoofdigheid en zeer expliciet. Tegenspraak was niet zo zeer verboden als wel buiten de orde. Het gebeurde gewoonweg niet. Ik ontheemde en ging spijbelen. Slechts zo nu en dan was ik nog van de partij.

Driekleur
 

Toen gebeurde het. Op een dag moest ik de vlag hijsen, vroeger een felbegeerde taak, nu een opdracht die me met gêne vervulde. De troep stond stram in de houding, de handen horizontaal tegen de houten verkennersstok geperst, de verkennershoed diep over het hoofd, kin vooruit, ademloze stilte.

Ik hijs de vlag in het voorgeschreven trage tempo en trek aan het touwtje waardoor een speciale knoop loskomt en de driekleur zich kan ontplooien. Ik richt de blik met de vereiste eerbied naar het traag uitwaaierende banier en zie dat die ondersteboven hangt. Ik moet lachen. Ik krijg de slappe lach. Ik explodeer in een niet te stelpen lachbui.

Nog diezelfde dag was ik geen padvinder meer.

Lachbui

Duidelijk niet waar? Nee hoor, niet waar. Gaat u maar weer in de ruststand, dames en heren amateur-psychologen. U heeft mijn psyche niet gevangen. Er zit geen kneusje aan. In elk geval heeft u niet de diepere, irrationele oorzaak van mijn aversie tegen bazen en regels gevonden. Ik was de padvinderij ontgroeid. Uitgekeken, klaar, over. Ik wilde wat anders, schaatsen, tekenen, lezen.

Het enige dat u wel als constante en vaste lijn mag noteren is dat ik van parmantige chefjes nog steeds een onbedaarlijke lachbui kan krijgen.

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimal Management. Hij schreef de boeken 'Bazenbargoens' en recentelijk 'Heel Herkenbaar. Volg hem ook op Twitter/Paulminimal.