Verdwijnen de bedrijfsartsen?

In de pikorde van de medische stand staan bedrijfsartsen, ten onrechte, peilloos laag. Ondertussen krimpt het bestand.

Door Paul Verburgt

Onlangs waren de bedrijfsartsen weer eens in het nieuws. ‘Bedrijfsartsen vaak onder druk gezet’. Volgens een rapport van het Leidse onderzoeksbureau AStri worden bedrijfsartsen door bedrijven geprest om in strijd met hun beroepsgeheim medische gegevens te verstrekken. 

Bedrijfsartsen, het is ook altijd wat en zelden wat goeds! Ik loop even met u langs de borreltafel. Het zijn geen echte dokters. Of preciezer, mislukte dokters.

Tweede keus, wat zowel naar de beroepskeuze als naar de kiezer zelf verwijst. Of erger, als je het niet meer weet, kun je nog altijd bedrijfsarts worden!

In de pikorde van de medische stand staan ze peilloos laag, slechts voorbijgestreefd door de verzekeringsartsen.

Volkomen ten onrechte. Ik weet dat uit eigen waarneming. Ik was algemeen directeur van ArboNed, precies in de periode dat de arbomarkt werd geliberaliseerd en de verplichte aansluiting van bedrijven bij een arbodienst werd geschrapt.

Voordat u denkt dat ik achteraf nog even opkom voor mijn vorige baantje, heb ik twee verrassingen. Bij de bedrijfsartsen van ArboNed gold ik zeker niet als hun schoothondje.

En twee, uit het AStri-rapport blijkt dat bedrijfsartsen mogen rekenen op royale waardering: werkgevers en werknemers geven hen een rapportcijfer van ruim 7. Dat is prima en steekt zeker niet ongunstig af van wat andere dienstverleners aan klantwaardering ontvangen.

Niks opzienbarends

Waarom de media zo’n drukte maken over de druk die bedrijfsartsen zouden ervaren, is me niet duidelijk geworden. Pressie komt voor, maar kijk je naar de cijfers, dan is het slappe thee. 42 procent wordt wel eens gevraagd om medische informatie, 22 procent geregeld.

We zetten de zaak even in perspectief. Een beetje bedrijfsarts heeft al snel enkele duizenden werknemers in portefeuille. Is zijn werkgebied het MKB, dan praat je ook nog eens over heel veel werkgevers.

Bedrijfsartsen zijn geen genezers, ze zijn diagnostici, beoordelaars. Ze schatten in hoe groot de belastbaarheid van de uitgevallen medewerker is en wat er gedaan kan worden om herhaling te voorkomen. Dat zijn geen wiskundige oordelen, het zijn verstandige analyses en inschattingen.

En dus voor tegenspraak vatbaar, zeker als een werknemer een ziektegeschiedenis heeft of in onmin leeft met zijn werkgever of thuis problemen heeft. En natuurlijk ook omdat er economische belangen in het geding zijn.

Dat kleine bedrijven vaker ‘in de fout’ gaan dan grote, zoals het onderzoeksrapport aangeeft, komt zonder twijfel door de kortere lijnen en door het directere financiële effect van een ziektegeval.

In dit licht vind ik het eerder logisch dan een probleem dat bedrijfsartsen bij tijd en wijle wordt gevraagd zich nader te verklaren, want in die termen moet je de vermeende druk toch gemiddeld genomen interpreteren. En ja, dan kom je al snel op het terrein van de medische gegevens en dus van het beroepsgeheim.

Heilige grond

Het medisch beroepsgeheim is terecht heilige grond. Het is ook doodnormaal dat artsen geen indringers toelaten. Bedrijfsartsen zitten daar nog iets preciezer in omdat zij zoals gezegd anders dan een gewone dokter op een knooppunt van relaties en belangen zitten.

Hoe begrijpelijk en verstandig ook, het verklaart wel waarom een werkgever soms het gevoel krijgt met een geheimhoudingszeloot van doen te hebben. En dan kun je op je vingers natellen dat de toonhoogte stijgt.

Uit mijn eigen rijke verleden: bij een reorganisatie werden op hetzelfde tijdstip drie directeuren wier positie op het spel stond, spontaan geveld door ziekte. Leek me een voorbeeld van obstructie of zo men wil, een arbeidsconflict.

Maar nee hoor, de bedrijfsarts in kwestie zag geen toeval, laat staan een conflict. Ja, toen heb ik mevrouw de dokter onder druk gezet. Foei!

Regelgeving

Dat is dan ook precies de kritiek die je op het rapport van AStri kunt hebben. Het is – zoals altijd bij dit onderwerp – geheel geschreven vanuit de regelgeving en vanuit de bedrijfsarts.

Bepalende factoren als de bedrijven, werkgevers en werknemers, zijn voor de onderzoekers slechts context, ongedifferentieerd en ontdaan van hun eigen beweegredenen, ambities en beperkingen.

Zou dat wel zijn gebeurd, dan had het – op zichzelf prima - rapport nog meer realiteitswaarde gekregen en zouden de conclusies ongetwijfeld op tal van punten genuanceerder en zelfs positiever zijn geworden.

Het echte probleem

Is alles dus botertje tot de boom in arboland? Zeker niet! Kijkt u nog maar eens goed naar uw bedrijfsarts. De kans is groot dat hij of zij binnen een paar jaar met pensioen gaat. De opengevallen plaatsen zullen niet worden opgevuld. Er is bij basisartsen zo goed als geen animo om zich te specialiseren als bedrijfsarts.

De vierjarige vervolgopleiding wordt niet door de overheid bekostigd, terwijl dit wel met alle andere medische specialismen gebeurt. Heel vreemd, te meer omdat diezelfde overheid in tal van voorschriften de arbeidsomstandigheden ophangt aan de bedrijfsarts.

Wie bedrijfsarts wil worden, moet dat of zelf betalen of hopen dat zijn werkgever/arbodienst dat doet. Dat is eenvoudigweg teveel gevraagd.

Kortom, wie een nuttig en goed functionerend instituut als de bedrijfsarts wil handhaven, schrijft voortaan geen rapporten meer over de normale ups & downs uit het leven van een bedrijfsarts, maar richt zich op de werving en van overheidswege bekostigde opleiding van voldoende bedrijfsartsen. Dat is het echte probleem!

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimal Management. Hij schreef de boeken 'Bazenbargoens' en recentelijk 'Heel Herkenbaar. Volg hem ook op Twitter/Paulminimal.

Tip de redactie