Bij het ontwijken van belasting worden de mazen van de wet opgezocht. Belastingadviseurs spelen daarbij een spannend spel.

Door Arjan Thomassen

Toen ik mijn vrouw 26 jaar geleden ontmoette was ik nog student aan de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg. In je eerste gesprek tast je af wat voor vlees je in de kuip hebt en dan komt al snel de vraag naar voren wat je in het dagelijkse leven doet.

Nu deed ik op dat moment nog niet veel dus het antwoord was kort: “ik studeer fiscale economie”. Haar eerste reactie was nog korter dan mijn antwoord: “wat saai!”.

Op dat moment een antwoord waar begrijpelijkerwijs niet verder op ingegaan werd omdat belangrijkere dingen te bespreken en te doen waren. Later in mijn carrière, en eigenlijk nog steeds, denk ik nog vaak terug aan die opmerking.

Wars

Zo zijn op de Universiteit Maastricht, waar ik parttime werkzaam ben, de meeste eerstejaars studenten in eerste instantie wars van een studie fiscaal recht. Het motto “wat de boer niet kent, vreet hij niet” spreekt hen aan.

Dus we gooien er de nodige voorlichting tegenaan, gepresenteerd door doorgewinterde belastingadviseurs en –inspecteurs, en dan blijkt dat belastingrecht meer is dan saai geformuleerde wetteksten, lange kantoordagen en neuzelen met getallen.

Als we het hebben over de vennootschaps- en inkomstenbelasting, dan is het ultieme doel voor elke belastingplichtige dat hij zo min mogelijk belasting betaalt. Daarvoor gaat hij vaak te rade bij een belastingadviseur die weet hoe hij dat op een legale wijze kan realiseren.

Ontwijken

Belasting ontwijken is dan ook een legaal spelletje waarbij de mazen van de wet worden opgezocht en discussie met de fiscus daarover niet wordt gemeden. Die discussies monden vaak uit in jarenlange gerechtelijke procedures (er zijn er met een looptijd van 12 jaar).

Startend met een eenvoudig bezwaarschriftje bij de belastingdienst, gevolgd door beroep in eerste en tweede instantie (bij Rechtbank en Gerechtshof), mogelijk nog een cassatieprocedure bij de Hoge Raad en zelfs nog af te sluiten met een procedure bij het Hof van Justitie.

Als u denkt dat het dan om grote bedragen of belangen moet gaan, moet ik u teleurstellen. Vaak gaat het om kleinigheden en soms zelfs om principiële procedures. Een procedure die het vermelden waard is, gaat over de omzetbelasting en is mogelijk op u van toepassing geweest. Wat was het geval?

Ondernemer

In 1994 startte de belastingadviseur van een directeur groot aandeelhouder van een besloten vennootschap een procedure over de vraag of hij nu wel of geen ondernemer was voor de omzetbelasting. Het ging om de omzetbelasting over een bedrag van 45 euro. 8 jaar later, in 2002 dus, besliste de Hoge Raad in het voordeel van de directeur groot aandeelhouder.

Heel fiscaal Nederland stond op zijn kop! Van het ene op het andere moment waren de meeste directeuren groot aandeelhouders ondernemer voor de omzetbelasting met alle voor-, maar ook nadelen tot gevolg. Adviserend Nederland maakte overuren omdat men wel de voordelen maar vanzelfsprekend niet de nadelen wilde.

Overuren

Het spelletje, nu gevoed door de belastingdienst, kreeg een vervolg en in 2007 haalde het Hof van Justitie de uitspraak van de Hoge Raad weer onderuit waarop alle directeuren groot aandeelhouders weer terugkeerden naar de situatie die bestond voor 2002. Wederom maakte adviserend Nederland overuren!

Wat een creatieve belastingadviseur al niet teweeg kan brengen! Hoezo, belastingrecht saai?

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij Accredo Belastingadviseurs BV te Eindhoven en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. Volg hem ook op Twitter.com/athomassen60